Resultaat 445–456 van de 1282 resultaten wordt getoond
M.J.A. Duker
De Hoge Raad heeft in het recente Tongzoen-arrest geoordeeld dat onder dwang een tongzoen geven nog niet de kwalificatie verkrachting als bedoeld in artikel 242 Sr rechtvaardigt, ook al is er wel sprake van ‘seksueel binnendringen’. Dit arrest is van belang voor de interpretatie en reikwijdte van het delict verkrachting en biedt een interessant voorbeeld van rechtsontwikkeling in de rechtspraak van de Hoge Raad. Daarnaast drukt de Hoge Raad er echter ook mee uit dat hij oog heeft voor de verhouding tussen de ernst van het gedrag en de wettelijke kwalificatie die daarop wordt geplakt. De vraag is welke betekenis kan worden gegeven aan dit uitgangspunt dat de ernst van gedrag en de kwalificatie die daarop wordt toegepast in een redelijke verhouding moeten staan. In deze bijdrage probeer ik op basis van het Tongzoen-arrest en met name Engelstalige literatuur dit uitgangspunt nader te duiden.
Verdieping | Verdiepend artikelnovember 2013AA20130827
V.Y.E. Caria
In deze bijdrage staat het tuchtrecht voor bankiers centraal. Na een overzicht van het tuchtrecht, waarin onder meer wordt stilgestaan bij de tuchtrechtelijke procedure, de tuchtrechtelijke norm en de vraag om wat voor soort tuchtrecht het gaat, komen de inhoud en betekenis van het tuchtrecht aan de orde. Dit tuchtrecht is een fundamentele en verstrekkende uitbreiding van de mogelijkheden om individuele bankiers aan te spreken op hun gedrag. De invoering van het tuchtrecht voor bankiers neemt een belangrijke plaats in in de discussie over de rol van het bankwezen in de maatschappij.
Bijzonder nummer | Tuchtrechtjuli 2016AA20160535
L.C. van der Vlies
Hoge Raad 6 januari 1998, nr. 106160 E, ECLI:NL:HR:1998:AA9342, AB 1998, 45, NJB 1998, p. 274, nr. 25. Ook bekend als Pikmeer II-arrest. In de noot bij het tweede Pikmeer-arrest komt de strafbaarheid en vervolgbaarheid van lagere overheden aan de orde. Deze is ten opzichte van het eerste Pikmeer-arrest verruimd.
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 1998AA19980306
J.S. Nan
Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:832
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2025AA20250636
J.G. Brouwer, J. Koornstra
Outlaw Motorcycle Gangs die georganiseerde misdaad bedrijven, dienen snel en effectief te kunnen worden bestreden. Het wetsontwerp ‘Bestuurlijk verbod rechtspersonen’ wil hiertoe de minister voor Rechtsbescherming een bevoegdheid geven waarmee hij een rechtspersoon per direct bij besluit kan verbieden. Een procedure voor de civiele rechter is dan niet meer nodig. Rechtsbescherming bestaat slechts achteraf. Of het wetsontwerp daadwerkelijk ook gaat bijdragen aan efficiënt bestrijden van criminele activiteiten van de leden is voor ons echter de vraag.
Opinie | Opiniërend artikelseptember 2018AA20180696
D.J.B. de Wolff
In dit artikel staat het verschoningsrecht van advocaten centraal. Nadat ratio en reikwijdte ervan zijn besproken, wordt ingegaan op enkele actuele thema’s: het verschoningsrecht van (buitenlandse) in-house-advocaten die in Nederland werken, het verschoningsrecht bij interne feitenonderzoeken en de schending door het Openbaar Ministerie van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen cliënt en advocaat in de geruchtmakende Box-zaak. Ten slotte wordt vooruitgeblikt op het voorstel tot modernisering van het Wetboek van Strafvordering en de wijze waarop het verschoningsrecht daarin zal worden verankerd.
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2022AA20220767
R. Sietsma
Gegevensverwerking is van essentieel belang voor de (justitile) politietaak. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen nopen de wetgever tot het vinden van een balans tussen het effectief waarborgen van de veiligheid van de burger enerzijds en de bescherming van de privacy van diezelfde burger anderzijds. Dit vraagt om duidelijkheid omtrent de juridische en maatschappelijke mogelijkheden en onmogelijkheden van de verwerking van gegevens in het kader van de opsporingstaak. Wat is de behoefte, wat is er mogelijk en waar liggen de grenzen aan het verwerken van privacygevoelige informatie?
Literatuur | Proefschriftbijdragejuni 2007AA20070534
E.M. Witjens
In dit artikel wordt ingegaan op de werkzaamheden en bevindingen van het onderzoeksproject strafvordering 2001 over een nieuwe vorm van hoger beroep. Ook wordt er ingegaan op hoger beroep in het bestuursrecht.
Verdieping | Studentartikeloktober 2003AA20030730
Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375 Op het moment dat het redelijke vermoeden rijst dat de op vordering van de officier van justitie door de aanbieder van een communicatiedienst verstrekte gegevens (mede) geprivilegieerde gegevens betreft, moet de rechter-commissaris worden ingeschakeld.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2024AA20240775
L.M.W. Peters
Euthanasie betekent vrij vertaald uit het oud-Grieks ‘goede dood’, maar de invulling van het goede blijft een terugkerende discussie. Het wettelijke vertrekpunt inzake vrijwillige levensbeëindiging is sinds 1886 helder in Nederland: levensbeëindiging op verzoek (euthanasie) en hulp bij zelfdoding zijn strafbaar. Alleen ten aanzien van artsen wordt een uitzondering gemaakt, mits zij handelen conform een zorg- en meldplicht. Voorstanders van een autonoom levenseinde – dat wil zeggen: zelf bepalen dát en hóe je uit het leven wilt stappen – vinden deze benadering echter te beperkt en agenderen daarom een ruimer euthanasiebeleid. De Coöperatie Laatste Wil (CLW) fungeert in dat kader als pleitbezorger. In deze bijdrage worden de uitgangspunten van het huidige en voorgestelde nieuwe euthanasiebeleid onderzocht, alvorens de strafbaarheid van de activiteiten van CLW aan de orde komt.
Verdieping | Verdiepend artikeljuni 2025AA20250437
T. Kooijmans
Hoge Raad 13 december 2011, nr. 10/02816, ECLI:NL:HR:2011:BT2173, LJN: BT2173, RvdW 2012, 16 Als gaandeweg het weekend in het kader van het ‘weekendarrangement’ alle onderzoekshandelingen – behoudens het uitreiken van de dagvaarding – zijn afgewikkeld die in de optiek van de politie en de (hulp)officier van justitie moesten worden verricht, mag de inverzekeringstelling dan nog voortduren tot maandagochtend teneinde de verdachte eerst dan de dagvaarding uit te reiken en heen te zenden? Die vraag is in de lagere rechtspraak een aantal malen aan de orde gesteld en is inmiddels ook aan de Hoge Raad voorgelegd. In deze annotatie worden de belangrijkste overwegingen uit de uitspraak van de Hoge Raad weergegeven en wordt nader ingegaan op het instrumentarium dat de rechter ter beschikking staat bij zijn controle op de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2012AA20120225
N. Rozemond
In deel 15 van 'Canon van het recht' wordt de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht besproken alsook de onveranderlijkheid van bepaalde morele regels die nog steeds aan het thans geldende wetboek ten grondslag liggen.
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtoktober 2009AA20090681