Strafrecht en criminologie

Het Tongzoen-arrest en het labelen van strafbaar gedrag

M.J.A. Duker

De Hoge Raad heeft in het recente Tongzoen-arrest geoordeeld dat onder dwang een tongzoen geven nog niet de kwalificatie verkrachting als bedoeld in artikel 242 Sr rechtvaardigt, ook al is er wel sprake van ‘seksueel binnendringen’. Dit arrest is van belang voor de interpretatie en reikwijdte van het delict verkrachting en biedt een interessant voorbeeld van rechtsontwikkeling in de rechtspraak van de Hoge Raad. Daarnaast drukt de Hoge Raad er echter ook mee uit dat hij oog heeft voor de verhouding tussen de ernst van het gedrag en de wettelijke kwalificatie die daarop wordt geplakt. De vraag is welke betekenis kan worden gegeven aan dit uitgangspunt dat de ernst van gedrag en de kwalificatie die daarop wordt toegepast in een redelijke verhouding moeten staan. In deze bijdrage probeer ik op basis van het Tongzoen-arrest en met name Engelstalige literatuur dit uitgangspunt nader te duiden.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2013
AA20130827

Het tuchtrecht voor bankiers

Een zoektocht naar de maatschappelijke positie van het bankwezen

V.Y.E. Caria

Post thumbnail

In deze bijdrage staat het tuchtrecht voor bankiers centraal. Na een overzicht van het tuchtrecht, waarin onder meer wordt stilgestaan bij de tuchtrechtelijke procedure, de tuchtrechtelijke norm en de vraag om wat voor soort tuchtrecht het gaat, komen de inhoud en betekenis van het tuchtrecht aan de orde. Dit tuchtrecht is een fundamentele en verstrekkende uitbreiding van de mogelijkheden om individuele bankiers aan te spreken op hun gedrag. De invoering van het tuchtrecht voor bankiers neemt een belangrijke plaats in in de discussie over de rol van het bankwezen in de maatschappij.

Bijzonder nummer | Tuchtrecht
juli 2016
AA20160535

Het tweede Pikmeer-arrest

L.C. van der Vlies

Hoge Raad 6 januari 1998, nr. 106160 E, ECLI:NL:HR:1998:AA9342, AB 1998, 45, NJB 1998, p. 274, nr. 25. Ook bekend als Pikmeer II-arrest. In de noot bij het tweede Pikmeer-arrest komt de strafbaarheid en vervolgbaarheid van lagere overheden aan de orde. Deze is ten opzichte van het eerste Pikmeer-arrest verruimd.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1998
AA19980306

Het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt in cassatie

J.S. Nan

Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:​NL:​HR:​2025:​832

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2025
AA20250636

Het verbieden van Outlaw Motorcycle Gangs

Een effectieve maatregel?

J.G. Brouwer, J. Koornstra

Post thumbnail Outlaw Motorcycle Gangs die georganiseerde misdaad bedrijven, dienen snel en effectief te kunnen worden bestreden. Het wetsontwerp ‘Bestuurlijk verbod rechtspersonen’ wil hiertoe de minister voor Rechtsbescherming een bevoegdheid geven waarmee hij een rechtspersoon per direct bij besluit kan verbieden. Een procedure voor de civiele rechter is dan niet meer nodig. Rechtsbescherming bestaat slechts achteraf. Of het wetsontwerp daadwerkelijk ook gaat bijdragen aan efficiënt bestrijden van criminele activiteiten van de leden is voor ons echter de vraag.

Opinie | Opiniërend artikel
september 2018
AA20180696

Het verschoningsrecht van de advocaat – actuele ontwikkelingen

D.J.B. de Wolff

Post thumbnail In dit artikel staat het verschoningsrecht van advocaten centraal. Nadat ratio en reikwijdte ervan zijn besproken, wordt ingegaan op enkele actuele thema’s: het verschoningsrecht van (buitenlandse) in-house-advocaten die in Nederland werken, het verschoningsrecht bij interne feitenonderzoeken en de schending door het Openbaar Ministerie van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen cliënt en advocaat in de geruchtmakende Box-zaak. Ten slotte wordt vooruitgeblikt op het voorstel tot modernisering van het Wetboek van Strafvordering en de wijze waarop het verschoningsrecht daarin zal worden verankerd.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2022
AA20220767

Het verwerken van gegevens in het kader van de opsporing

R. Sietsma

Gegevensverwerking is van essentieel belang voor de (justitile) politietaak. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen nopen de wetgever tot het vinden van een balans tussen het effectief waarborgen van de veiligheid van de burger enerzijds en de bescherming van de privacy van diezelfde burger anderzijds. Dit vraagt om duidelijkheid omtrent de juridische en maatschappelijke mogelijkheden en onmogelijkheden van de verwerking van gegevens in het kader van de opsporingstaak. Wat is de behoefte, wat is er mogelijk en waar liggen de grenzen aan het verwerken van privacygevoelige informatie?

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juni 2007
AA20070534

Het voortbouwend appèl in Strafvordering 2001

Enkele opmerkingen over het hoger beroep in het onderzoeksproject strafvordering 2001 en in het bestuursrecht

E.M. Witjens

In dit artikel wordt ingegaan op de werkzaamheden en bevindingen van het onderzoeksproject strafvordering 2001 over een nieuwe vorm van hoger beroep. Ook wordt er ingegaan op hoger beroep in het bestuursrecht.

Verdieping | Studentartikel
oktober 2003
AA20030730

Het vorderen en kennisnemen van gegevens bij een aanbieder van een communicatiedienst en eerbiediging van het professioneel verschoningsrecht

J.S. Nan

Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375 Op het moment dat het redelijke vermoeden rijst dat de op vordering van de officier van justitie door de aanbieder van een communicatiedienst verstrekte gegevens (mede) geprivilegieerde gegevens betreft, moet de rechter-commissaris worden ingeschakeld.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2024
AA20240775

Het vrijwillige levenseinde en strafrecht

De opmars van stervenswensen zonder grenzen

L.M.W. Peters

Post thumbnail Euthanasie betekent vrij vertaald uit het oud-Grieks ‘goede dood’, maar de invulling van het goede blijft een terugkerende discussie. Het wettelijke vertrekpunt inzake vrijwillige levensbeëindiging is sinds 1886 helder in Nederland: levensbeëindiging op verzoek (euthanasie) en hulp bij zelfdoding zijn strafbaar. Alleen ten aanzien van artsen wordt een uitzondering gemaakt, mits zij handelen conform een zorg- en meldplicht. Voorstanders van een autonoom levenseinde – dat wil zeggen: zelf bepalen dát en hóe je uit het leven wilt stappen – vinden deze benadering echter te beperkt en agenderen daarom een ruimer euthanasiebeleid. De Coöperatie Laatste Wil (CLW) fungeert in dat kader als pleitbezorger. In deze bijdrage worden de uitgangspunten van het huidige en voorgestelde nieuwe euthanasiebeleid onderzocht, alvorens de strafbaarheid van de activiteiten van CLW aan de orde komt.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2025
AA20250437

Het weekendarrangement en het onderzoeksbelang

T. Kooijmans

Hoge Raad 13 december 2011, nr. 10/02816, ECLI:NL:HR:2011:BT2173, LJN: BT2173, RvdW 2012, 16 Als gaandeweg het weekend in het kader van het ‘weekendarrangement’ alle onderzoekshandelingen – behoudens het uitreiken van de dagvaarding – zijn afgewikkeld die in de optiek van de politie en de (hulp)officier van justitie moesten worden verricht, mag de inverzekeringstelling dan nog voortduren tot maandagochtend teneinde de verdachte eerst dan de dagvaarding uit te reiken en heen te zenden? Die vraag is in de lagere rechtspraak een aantal malen aan de orde gesteld  en is inmiddels ook aan de Hoge Raad voorgelegd. In deze annotatie worden de belangrijkste overwegingen uit de uitspraak van de Hoge Raad weergegeven en wordt nader ingegaan op het instrumentarium dat de rechter ter beschikking staat bij zijn controle op de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2012
AA20120225

Het Wetboek van Strafrecht

N. Rozemond

In deel 15 van 'Canon van het recht' wordt de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht besproken alsook de onveranderlijkheid van bepaalde morele regels die nog steeds aan het thans geldende wetboek ten grondslag liggen.

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2009
AA20090681