Klimaatvluchtelingen
Niets is zo populair bij studenten als het onderwerp ‘klimaatvluchtelingen’. Het wordt steevast – maar tevergeefs – opgevoerd als onderwerp voor de afsluitende paper bij het vak internationaal vluchtelingenrecht. Er wordt dan wel bij opgemerkt dat het Vluchtelingenverdrag aanpassing behoeft dan wel aangevuld moet worden met een protocol waarmee wordt onderkend dat dit verdrag niet van toepassing is op klimaatvluchtelingen.
Het Vluchtelingenverdrag richt zich op degenen die een gegronde vrees voor vervolging hebben wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging. Het zal maar hoogstzelden zo zijn dat een klimaatvluchteling te vrezen heeft voor vervolging. Deze enge definitie was indertijd een bewuste keuze. Het was niet de bedoeling dat degenen die bijvoorbeeld oorlogsgeweld, stormen, aardbevingen of vulkaanuitbarstingen ontvluchtten in aanmerking zouden komen voor bescherming op basis van dit verdrag.
Mijn grootste bezwaar tegen de populaire focus op het Vluchtelingenverdrag in relatie tot klimaatontheemden is dat dit verdrag niet is toegesneden op hun noden. Dit bezwaar berust op twee overwegingen: ten eerste dat degenen die eenmaal op drift zijn geraakt niet meer zullen kunnen terugkeren vanwege de onomkeerbare gevolgen van klimaatverandering, en ten tweede dat het onwenselijk is dat klimaatontheemden worden verspreid over de hele aardbol.
Wat betreft het eerste kan gedacht worden aan de mogelijkheid dat een aantal eilandstaten in de Stille en Indische Oceaan zoals Fiji, Kiribati, de Maldiven, de Marshall-eilanden, Palau, de Seychellen, de Solomon-eilanden, Tuvalu, en Vanuatu, op niet eens zo lange termijn zullen worden verzwolgen door het water. In dat geval is terugkeer niet meer mogelijk. Dat betekent dat bescherming niet tijdelijk kan zijn, maar van permanente aard zal moeten zijn. De bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag is inherent tijdelijk: het is van toepassing voor de duur dat bescherming vereist is, maar niet meer dan dat. Het is niet voor niets dat vrijwillige repatriëring naar het land van herkomst de meest populaire optie is; als het kan, dan terug.
Wat betreft het tweede, het vluchtelingenrecht is onverschillig wat betreft groepen en minderheden, dat wil zeggen, niet als het gaat om individuen die daartoe behoren en vrezen voor vervolging, maar wel als het gaat om de opvang van die vluchtelingen. Groepen worden niet bijeengehouden, en vluchtelingen afkomstig uit een bepaald land brengen hun ballingschap doorgaans verspreid over de aarde door: Afghaanse vluchtelingen bevinden zich inmiddels in vrijwel ieder land, en hetzelfde geldt voor Palestijnse vluchtelingen. Vanuit de gedachte dat een dergelijke diaspora tijdelijk is, is dat niet per se problematisch. Dat is het wel als die diaspora permanent is. Dan kunnen talen, culturen en erfgoed verloren gaan.
In een tijd van klimaatprobleem ontkennende grootmachten zal het tij letterlijk niet tijdig zijn te keren voor de eilandstaten. Dit betekent dat voor de bescherming van klimaatontheemden categorisch andere en permanente oplossingen vereist zijn en dan bij voorkeur zodanig dat groepen – volken – bijeen worden gehouden.
De betrokken eilandstaten treffen inmiddels zelf maatregelen en procederen tegen vervuilers, investeren in het ophogen van land, en voorzien in alternatieve woonplaatsen in het buitenland. Zo heeft Kiribati een ‘migratie met waardigheid’-beleid (migration with dignity), dat burgers toestaat om banen te zoeken in naburige landen zoals Nieuw-Zeeland, en sloten Tuvalu en Australië een overeenkomst op basis waarvan zo’n 280 migranten van Tuvalu zich jaarlijks in Australië mogen vestigen (in dit tempo is de hele bevolking na 40 jaar overgebracht naar Australië). Mooie initiatieven die echter niet het uiteenvallen van bevolkingsgroepen voorkomen. Een alternatief dat dit wel kan zonder het risico van een staat in een staat te creëren is het aankopen van land dat toebehoort aan andere staten. Door de recente Amerikaanse pogingen om Groenland goedschiks of kwaadschiks aan te schaffen behept met negatieve connotaties, maar in het verleden werden vele gebieden verkocht en aangekocht zoals ooit Alaska, Californië, Florida, Louisiana, en New York. De hamvraag is welke staten genegen zullen zijn land te verkopen en tegen welke prijs (en daaraan gerelateerd, wat de rol zal (moeten) zijn van het recht op zelfbeschikking van erbij betrokken volken).
Categorieën: Columns, Weblogs




