Resultaat 9289–9300 van de 13056 resultaten wordt getoond
F.H. van der Burg
HR (Strafkamer) 2 oktober 1979, ECLI:NL:HR:1979:AB7356, nr. 70480, NJ 1980, 105, met noot M.S. (mrs. Moons, Bronkhorst, Royer, De Waard, Hermans).
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuli 1981AA19810368
A.W. Heringa, R.E. de Winter
Opinie | Reactie/nawoordnovember 1981AA19810718
M.L. van Oosten, J.L. Smeehuijzen
De Plas/Valburg-doctrine is in dogmatisch opzicht veelvuldig bekritiseerd. In deze bijdrage wordt getracht de doctrine te beoordelen vanuit een wat ander perspectief, te weten de klassieke tegenstelling tussen rechtszekerheid en billijkheid. Betoogd wordt, mede op basis van analyse van de feitenrechtspraak, dat de rechtszekerheidsnadelen van het leerstuk veel zwaarder wegen dan zijn vermogen de billijke oplossing mogelijk te maken.
Perspectief | Verdiepend artikeljanuari 2015AA20150072
P. van Schilfgaarde
Hoge Raad 18 juni 1982, nr. 11 899, ECLI:NL:HR:1982:AG4405, RvdW 1982, 126 (Plas/Gemeente Valburg) Precontractuele goede trouw. Afgebroken onderhandelingen.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1983AA19830758
Reactie & Nawoord door Pieter Wolters In het januarinummer van dit tijdschrift bespreken Smeehuijzen en Van Oosten de Plas/Valburg-doctrine vanuit de tegenstelling tussen rechtszekerheid en billijkheid. Zij komen op basis van de analyse van 141 bodemzaken tot de conclusie dat de voordelen van de doctrine niet opwegen tegen de aantasting van de rechtszekerheid. De mogelijkheid tot vergoeding van het positief contractsbelang op grond van Plas/Valburg zou om deze reden moeten worden afgeschaft. In deze reactie betoog ik dat de gepresenteerde argumenten niet duidelijk maken dat er sprake is van een grote aantasting van de rechtszekerheid en de conclusie niet dragen. Naschrift bij bovenstaande reactie door Lodewijk Smeehuijzen & Meelf van Oosten Dit is een naschrift bij de reactie van Pieter Wolters op J.L. Smeehuijzen & M.L. van Oosten, ‘Plas/Valburg: veel rechtsonzekerheid en ondermaats resultaat in de feitenrechtspraak’, AA 2015, p. 72-77
Opinie | Reactie/nawoordjuni 2015AA20150475
J. Kloostra
De manier waarop wordt gewerkt, verandert als gevolg van technologische ontwikkelingen. Met behulp van de techniek trachten platformen als Uber en Deliveroo de arbeidsrelatie zodanig in te richten dat platformwerkers zelfstandigen zijn. Platformarbeid roept kwalificatievragen op. Dit artikel signaleert twee knelpunten die zien op de juridische duiding van die arbeidsrelatie en de consequenties daarvan.
Opinie | Opiniërend artikelapril 2019AA20190289
J.E. Doek
De artikel gaat over de rechten van het pleegkind en daarmee samenhangend de plichten die de overheid heeft ten opzichte van een pleegkind.
Bijzonder nummer | De rechtsstaat Nederlandjuli 2004AA20040561
M.R. Bruning
Opinie | Opiniërend artikeldecember 2000AA20000846
J.E.H. Beijers
Literatuur | Proefschriftbijdrageapril 2017AA20170349
B. de Wilde
Verdieping | Verdiepend artikeljuni 2017AA20170490
J. Bakker
Het Nederlandse strafklimaat wordt al jaren strenger, en de roep om hardere straffen neemt toe. Dit redactioneel betoogt dat vergeldingsgericht straffen inherent verkeerd is, omdat het voortvloeit uit de illusie dat we afzonderlijke individuen zijn, afgescheiden van de rest van de wereld. Bovendien leidt deze benadering tot grote schade aan daders en de samenleving. Daarom moet de huidige aanpak van het strafrecht, waarin intentionele leedtoevoeging een grote rol speelt, worden vervangen door herstelrecht, dat draait om het herstellen van de schade en van de relatie tussen dader, slachtoffer en de maatschappij als geheel.
Opinie | Redactioneelmei 2022AA20220347
E.H. Hondius
Een betoog over het lidmaatschap van een pleitvereniging, wat volgens de columnist, ondanks het steeds minder worden van het pleiten bij de Hoge Raad nog altijd niet aan belang heeft ingeboet.
Opinie | Columnapril 2006AA20060251