Shop

Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen

Grundig / Consten

P.J.G. Kapteyn

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 13 juli 1966, zaak nr. C-56/64, ECLI:EU:C:1966:41 ((Grundig en Consten) t. EEG-Commissie)

januari 1967
AA19670067

Hof van Justitie geeft groen licht voor Europees stabiliteitsmechanisme (ESM)

P.J. Slot

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 27 november 2012, ECLI:NL:XX:2012:BY5639, zaak C-370/12 (Thomas Pringle t. Regering van Ierland en de Attorney General) Prejudiciële procedure op grond van artikel 267 VWEU

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2013
AA20130142

Hof van Justitie over ‘misbruik van Unie­recht’ in de directe belastingen: quo vadis?

M.F. de Wilde, C. Wisman

Post thumbnail Eerder dit jaar sprak het Hof van Justitie zich nader uit over het fenomeen ‘misbruik van Unierecht’ in de directe belastingen. Het Hof van Justitie lijkt een route te zijn ingeslagen van ambiguïteit, rechtsonzekerheid en uiteindelijk een willekeurige belastingheffing. Niet langer kan worden vastgesteld wanneer misbruik precies aan de orde is. Dit ondermijnt de systeemintegriteit en rechtsstatelijkheid van de internationale winstbelastingstelsels van de EU-lidstaten.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2020
AA20200022

Hoffmann-La Roche

P. van Schilfgaarde

Hoge Raad 26 september 1986, nr. 12665, ECLI:NL:HR:1986:AC9505, RvdW 1986, 163 (Staat/Hoffmann-La Roche) Onrechtmatige daad van een overheidslichaam. Schuld in de zin van 1401 BW. Geen beroep op rechtsdwaling als schulduitsluitingsgrond.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1987
AA19870164

Hofland-Hennis

P. van Schilfgaarde

Hoge Raad 10 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4177, NJ 1981/532, zaaknummer 11632 (Hofland/Hennis)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1981
AA19810708

Hoge Raad geeft richtsnoeren over rol kinderbelangen bij woningontruiming

A.W. Jongbloed

HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2026
AA20260043

Hoge Raad over misbruik van Unierecht in de winstbelastingen: quo vadis?

M.F. de Wilde, C. Wisman

Hoge Raad 25 april 2025, nr. 22/04506, ECLI:NL:HR:2025:668 (Curaçaose aandeelhouder A), Hoge Raad 25 april 2025, nr. 22/04508, ECLI:NL:HR:2025:669 (Curaçaose aandeelhouder B), Hoge Raad 18 juli 2025, nr. 22/02691, ECLI:NL:HR:2025:1162 (Belgische aandeelhouder A), Hoge Raad 18 juli 2025, nr. 22/02695, ECLI:NL:HR:2025:1163 (Belgische aandeelhouder B), Hoge Raad 5 september 2025, nr. 23/02746, ECLI:NL:HR:2025:1250 (Brillenzaak II), Hoge Raad 19 december 2025, nr. 23/03961, ECLI:NL:HR:2025:1960 (Koffiezaak II), Hoge Raad 16 januari 2026, nr. 20/03948 bis, ECLI:NL:HR:2026:60 (Eindarrest X BV).

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2026
AA20260218

Hoge Raad relativeert het onweerlegbare bewijsvermoeden van artikel 2:138/248 lid 2 BW

S.M. Bartman

HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099 (Mobile Services)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2021
AA20210938

Hoge Raad-benoemingen na een mislukte grondwetsherziening

P.P.T. Bovend'Eert

Post thumbnail In 2019 nam de regering het initiatief om de grondwettelijke benoemingsprocedure bij de Hoge Raad (art. 118 Gw) te herzien en daarbij het voordrachtsrecht van de Tweede Kamer af te schaffen. De grondwetsherziening draaide uit op een faliekante mislukking, maar geeft wel een beter inzicht in de betekenis van de bevoegdheid van de Tweede Kamer om een voordracht van die kandidaten op te maken bij Hoge Raadbenoemingen.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2023
AA20230836

Hoge transacties en de politieke verantwoordelijkheid voor het Openbaar Ministerie

S. Kerssies

Post thumbnail Over de wenselijkheid en noodzakelijkheid van rechterlijke toetsing van hoge transacties is de afgelopen jaren veel geschreven. Dit artikel beziet de vraag vanuit een ander perspectief. Hoe moet het wegvallen van de eis van ministeriële toetsing van hoge transacties ten behoeve van het invoeren van een eis van rechterlijke toetsing worden geduid in het licht van de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie voor het Openbaar Ministerie?

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2020
AA20200464

Hoger beroep in het bestuursrecht

J.E.M. Polak

Met de invoering van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in 1994 is er in het bestuursrecht in beginsel over de gehele linie hoger beroep ingevoerd. Conform de geschiedenis van de rechtsbescherming in het bestuursrecht is er evenwel nog sprake van een verbrokkelde situatie. Er zijn drie appèlrechters in het bestuursrecht. Wel passen zij hetzelfde bestuursprocesrecht toe. In dit artikel wordt op een aantal algemene aspecten van het hoger beroep in het bestuursrecht ingegaan en wordt ook naar de toekomst van het hoger beroep in het bestuursrecht gekeken. Op niet al te lange termijn zullen regering en parlement beslissen of er meer eenheid in het bestuursrechtelijk appèl moet worden gebracht.

Overig | Rode draad | Rechstmiddelen
september 2001
AA20010622

Hoger beroep. De wet zegt nee. Kan de rechter ja zeggen?

C.A.J.M. Kortmann

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 5 april 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV8667, nr. 200506809/1, AB 2006, 320 m.nt. A.T. Marseille Het dagelijks bestuur van een deelgemeente wijst een aantal straten aan, waar tegen betaling kan worden geparkeerd. Het bezwaarschrift daartegen wordt niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaart het beroep daartegen kennelijk ongegrond. Het daartegen gedane verzet verklaart de rechtbank ongegrond. Vervolgens stelt appellant beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2007
AA20070155