Resultaat 1861–1872 van de 13205 resultaten wordt getoond
A.I.M. van Mierlo
Hoge Raad 30 november 2001, nr. C00/041HR, ECLI:NL:HR:2001:AD3953, RvdW 2001, 196 (De Jong/Carnifour) Derdenbeslag. Verklaring van derde-beslagene op de voet van artikel 476a Rv. Staat het de derde beslagene vrij zijn verklaring, zo die onjuist is, te herroepen of te wijzigen? Onrechtmatige daad; rechtsverwerking. Geen analoge toepassing artikel 3:35 en 3:36 BW.
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 2002AA20020276
J.E. Jansen
Blauwe pagina's | Bijzondere bepalingenmaart 2016AA20160156
Y.E. Schuurmans
Centrale Raad van Beroep (CRvB) 5 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:289, nr. 13-4139 AW, TAR 2015/65 (Risicovolle hellingbaan)
Annotaties en wetgeving | Annotatiemei 2016AA20160377
J.J. Knol, A.P.J.M. van Loon
In het septembernummer van Ars Aequi besteedt Jan Jacques Knol, in zijn artikel over de stand van zaken rond de fusiecontrole,1 ondermeer ook aandacht aan de fusiecontroleregelingen in Groot-Brittanië, Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland (BRD). Mr. A.P.J.M, van Loon betoogt in dit artikel dat in die beschrijvingen een aantal onjuistheden staan.
Verdieping | Studentartikeljanuari 1989AA19890018
S.E. Harenberg
Over de werkzaamheden van de juridisch medewerker is maar weinig bekend. Onterecht, want de rol van de juridisch medewerker in het proces van de rechterlijke besluitvorming is veel groter dan over het algemeen wordt gedacht. De werkzaamheden van de juridisch medewerker worden daarom in deze bijdrage uitgelicht.
Perspectief | Perspectiefartikeljanuari 2014AA20140070
V.J. Nederpelt
De rol van institutionele beleggers ten opzichte van de ondernemingen waarin zij aandelen houden, is een veelbesproken onderwerp. Om handvatten te bieden bij het vervullen van deze rol heeft belangenorganisatie Eumedion de Nederlandse Stewardship Code opgesteld. De vraag is echter in hoeverre deze Stewardship Code juridisch bindend is en welke consequenties aan een schending verbonden kunnen zijn.
Verdieping | Studentartikeloktober 2019AA20190745
E.A.M. Huiskers-Stoop
Een fiscale ruling kan in het algemeen worden omschreven als een ‘afspraak met de inspecteur van de Belastingdienst over de toepassing van het Nederlandse belastingrecht op een bepaald feitencomplex’. In de praktijk gaat het om afspraken met grote multinationale ondernemingen. De fiscale ruling is geen zelfstandige juridische rechtsfiguur en kent meerdere verschijningsvormen. De auteur gaat nader in op de juridische kwalificatie van de ruling, de gebondenheid daaraan door partijen en de rechtsbescherming die belastingplichtigen aan de kwalificatie kunnen ontlenen.
Verdieping | Verdiepend artikeloktober 2018AA20180793
R.E. de Winter
De Juristenvereniging heeft het dit jaar over onderwijs. Er zijn vier preadviseurs en drie van hen zijn jurist.
januari 1972AA19720260
R. Verstegen
juni 1982AA19820292
J.S. Kortmann, M. Thöenes
Artikel over de toekomst van de rechtenstudie waarbij er ook gekeken wordt naar buitenlandse opleidingen in de rechtsgeleerdheid zoals Engeland, België, Duitsland en de Verenigde Staten. Aan bod komen onder meer selectie, internationalisering en de invulling van de rechtenstudie.
Perspectief | Perspectiefartikeloktober 1995AA19950775
K. Iest
Het juridisch onderwijs in Schotland functioneert in een gemengd rechtsstelsel. Eeuwenlang heeft het Schotse recht zich in nauw contact met de rechtswetenschap van het Continent van Europa ontwikkeld. Thans overheerst het Engelse recht, maar de sporen van de Continentale rechtstraditie zijn nog duidelijk aanwijsbaar.
december 1983AA19830740
W.J.M. van Genugten
Wanneer in een juridische opleiding de nadruk eenzijdig ligt op beheersing van het geldende recht dan zijn daartegen di verse bezwaren aan te voeren. Allereerst omvat recht meer clan geld end recht alleen. Bovendien legt de wijze waarop dan dit komplex van regels wordt bestudeerd teveel de nadruk op de kracht van de regel en te weinig op de inbreng van de individuele jurist. ln dit artikel wil ik bespreken waartoe de opvatting 'geldend recht als synoniem voor recht’ op het niveau van de opleiding leidt en in welke richting naar een alternatief kan worden gezocht. Mijn kritiek richt zich in eerste instantie op de Nijmeegse opleiding. Uit gesprekken met studenten van andere juridische fakulteiten is mij evenwel duidelijk geworden dat het probleem ook daar speelt, zij het niet overal en niet voor iedereen in even sterke mate. Wanneer in het vervolg de aanduiding Nijmegen wordt gebruikt is dat niet stigmatiserend bedoeld.
Onderwijsoktober 1978AA19780596