Verdieping

Over het behoud van het spoedeisende karakter van het kort geding in hoger beroep

M.E. Bruning

Het kort geding voorziet in een grote maatschappelijke behoefte aan snel-rechtspraak in zaken met een spoedeisend karakter. Wanneer tegen het in eerste aanleg met voortvarendheid uitgesproken vonnis hoger beroep wordt aangetekend, volgt in de praktijk veelal een meer of minder tijdrovende rechtsgang die weinig verschilt van de gewone bodemprocedure. Aangetoond zal worden dat deze gang van zaken onverenigbaar is met de aard van het kort geding. Voorts zal een voorstel worden geformuleerd om te bereiken dat het hoger beroep in kort geding eveneens vlot wordt afgedaan.

Verdieping | Studentartikel
februari 1996
AA19960094

Over het Europese octrooirecht en een Europees Octrooigerecht

J.J. Brinkhof

Post thumbnail Ik hoop dat ik mij vergis, maar ik vrees dat een artikel over Europees octrooirecht alles heeft wat de meeste lezers van Ars Aequi ertoe zal brengen het ongelezen te laten. Octrooirecht heeft namelijk te maken met economie en techniek terwijl dit rechtsgebied verder nog een aanzienlijke internationale en Europese dimensie heeft. Aspecten die – zo lijkt het – momenteel niet erg tot de verbeelding spreken. Wie de moeite zou nemen zich in dit onderdeel van het recht te verdiepen, zal ruimschoots worden beloond. Men komt terecht in een nieuwe wereld waar ook andere rechters het voor het zeggen hebben dan de rechters met wie wij vertrouwd zijn, en waar rechters op een andere manier redeneren dan wij gewend zijn. Die wereld verruimt en verrijkt de juridische geest. Maar er is meer. Je gaat ook kritischer kijken naar de Nederlandse rechtspraak en het Nederlandse procesrecht. Zijn die niet voor verbetering vatbaar?

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2012
AA20120353

Over het moment waarop een echtscheidingsvonnis in kracht van gewijsde gaat

G.W. Breuker

Een echtscheiding komt pas tot stand wanneer het vonnis waarbij de echtscheiding is uitgesproken, binnen zes maanden nadat het in kracht van gewijsde is gegaan, is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand. In de praktijk blijkt dat er onzekerheid bestaat omtrent het moment waarop een echtscheidingsvonnis in kracht van gewijsde gaat. Voor een belangrijk deel wordt dit aan een wetswijziging in 1971 toegeschreven. Onderzocht wordt of die onzekerheid wel gerechtvaardigd is. Uit een analyse van twintig jaar procesrechtelijk zoeken en tasten blijkt dat dit voor het grootste gedeelte niet het geval is. Alleen in één bepaald, specifiek geval kan er onzekerheid bestaan.

Verdieping | Studentartikel
juni 1991
AA19910459

Over het tellen van neuzen en andere Haagse (on)wetmatigheden. Interview met mr. Ernst J. Numann, raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden

W.M.T. Keukens, M.C.A. van den Nieuwenhuijzen

Dit interview vormt het slot van een drieluik. Eerder zijn in de serie Raad en Daad: Over rechtsvorming door de Hoge Raad aan het woord geweest mr. Marc Ynzonides, cassatieadvocaat, en prof.mr. Robert Mok, oudadvocaat- generaal bij de Hoge Raad. Nu is het de beurt aan mr. Ernst Numann, raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden. In de Rode Draad is de Hoge Raad de afgelopen maanden steeds het onderwerp van discussie geweest, en af en toe ook het lijdend voorwerp. Er is kritiek op, maar ook lof geuit over de Hoge Raad. Auteurs hebben voorstellen tot verbetering gedaan, en er is zelfs een voorstel tot afschaffing van de civiele kamer de revue gepasseerd. Maar hoe denkt men binnen de Hoge Raad eigenlijk over de in de Rode Draad aangesneden onderwerpen? In een openhartig gesprek geeft Ernst Numann, ervaren raadsheer bij de Hoge Raad, een kijkje binnen de muren van de Hoge Raad en uiteraard laat hij daarbij vanuit zijn persoonlijke opvattingen de taken, de plaats en de toekomst van de Hoge Raad niet onbesproken.

Overig | Rode draad | Raad en daad | Verdieping | Interview
juli 2006
AA20060512

Over moraal en terugvordering

T. Jonkers

Post thumbnail In dit artikel bespreek ik de mogelijkheid voor de partijen bij een nietige overeenkomst om een vordering uit onverschuldigde betaling in te stellen. Het lijkt billijk om de vordering af te wijzen van iemand die in strijd met de goede zeden heeft gehandeld. Toch concludeer ik dat een dergelijke weigering niet tot billijke resultaten leidt en dat beter kan worden uitgegaan van de onverkorte toekenning van terugvordering.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2023
AA20230337

Over rechtsvorming door de Hoge Raad

Inleidende opmerkingen bij de Rode Draad Raad & Daad

W.D.H. Asser

Onderstaand artikel behandeld de rechtsvormende taak van de rechter, tegenwoordig is het namelijk heel gewoon dat de rechter, met name de Hoge Raad, de leemtes opvult die de wetgever op heeft gelaten.

Overig | Rode draad | Raad en daad | Verdieping | Verdiepend artikel
april 2005
AA20050223

Over short selling

M. Peeters

Short selling heeft een ietwat dubieuze reputatie. ‘Aandelen verkopen die je niet hebt’, dat wekt al de suggestie dat er iets niet in de haak is. Verschillende toezichthouders en regelgevers leggen snel verbanden tussen short selling en marktmisbruik. ‘Short is moord’ was zelfs de kop boven een FD-column over maatregelen tegen short selling die de AFM in 2008 heeft genomen. De directe aanleiding tot deze beschouwing is de EU-verordening betreffende short selling die op korte termijn in alle lidstaten rechtstreeks van toepassing zal zijn. De bespreking van de Verordening en andere maatregelen pretendeert zeker niet uitputtend te zijn, maar concentreert zich op twee kernthema’s; transparantie over short selling en eventuele verbods- of andere beperkende maatregelen.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2012
AA20120189

Over staten, volken en individuen, en de moeizame weg naar aanscherping van het recht op ontwikkeling

W.J.M. van Genugten

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft in 1986 een nieuw mensenrecht in het leven geroepen: het recht op ontwikkeling. De auteur is gevraagd aan te geven wat het inhoudt en wat er sinds 1986 is ondernomen om het handen en voeten te geven.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 1994
AA19940651

Over stinkende zaken en prettige ervaringen. Interview met prof.mr. M.R. Mok

M.C.A. van den Nieuwenhuijzen, C. Rijckenberg

In het tweede interview ter gelegenheid van de Rode Draad Raad en Daad. Over rechtsvorming door de Hoge Raad wordt aandacht besteed aan het parket bij de Hoge Raad. Wij spraken met prof.mr. Robert Mok, oud-advocaat-generaal en plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad. Mok heeft in de jaren 50 in Utrecht rechten gestudeerd. Na zijn afstuderen heeft hij, ter overbrugging, korte tijd gewerkt bij een Uitvoeringsorgaan Sociale Verzekeringen, waarna hij 21 maanden in militaire dienst moest. Hierna is hij aan de slag gegaan bij achtereenvolgens het Ministerie van Economische Zaken, de Europese Commissie te Brussel en het Ministerie van Justitie. Na elf jaar bij het Ministerie van Justitie, is hij in 1978 gevraagd om advocaat-generaal bij de Hoge Raad te worden. Gedurende zijn werkzaamheden bij Justitie en bij het parket bij de Hoge Raad is hij tevens jarenlang buitengewoon hoogleraar (later aangeduid als deeltijd hoogleraar) Economisch ordeningsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen geweest. Inmiddels is Robert Mok gepensioneerd, in 1997 bij de universiteit, in 2002 bij het parket van de Hoge Raad. Dit is echter voor hem geen reden om stil te zitten; hij annoteert nog regelmatig in de NJ en is onlangs benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam vanwege de Bregstein Stichting.

Verdieping | Interview
april 2006
AA20060273

Over straf valt te onderhandelen, over de waarheid niet

Deel II: De Zuidafrikaanse Waarheidscommisie als voorbeeld?

J.W. de Visser

Hoe om te gaan met de beulen van Apartheid? In een voorgaand artikel werd een uiteenzetting gegeven van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. De rechtshistorische argumenten die aan haar oprichting en onderzoek van mensenrechtenschendingen onder Apartheid ten grondslag lagen en de juridische grondslag daarvan kwamen aan de orde. Daarbij werd speciale aandacht gegeven aan de mogelijkheid voor mensenrechtenschenders om amnestie te verkrijgen in ruil voor een bekentenis. In dit artikel wordt bekeken of de amnestieverlening de internationaalrechtelijke toets kan doorstaan en wordt een algemene evaluatie van het werk van de Waarheidscommissie gepresenteerd.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2002
AA20020874

Over straf valt te onderhandelen, over de waarheid niet. Deel 1: Van dictatuur naar democratie

J.W. de Visser

De Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie, die onder de bezielende leiding van Aartsbisschop Desmond Tutu het pijnlijke verleden van Zuid-Afrika heeft onderzocht, zal zeer binnenkort het laatste deel van haar rapport presenteren aan het Zuid-Afrikaanse Parlement.1 Reden genoeg om de achtergrond en juridische grondslag van dit unieke experiment aan een nader onderzoek te onderwerpen. Dit zal in twee artikelen gebeuren. Het eerste artikel geeft een uiteenzetting van de rechtshistorische argumenten die een rol speelden bij de keuze voor een waarheidscommissie in plaats van het grootschalig vervolgen van de mensenrechtenschenders uit het apartheidsregime. Verder wordt het amnestieconcept, zoals gehanteerd door de Commissie nader toegelicht. In het tweede artikel zal deze vorm van amnestieverlening op enkele van haar juridische merites beoordeeld worden. Daarbij zal de vraag centraal staan of de amnestieverlening internationaalrechtelijk door de beugel kan.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2002
AA20020806

Over stratenmakers, ambtenaren en de advocatuur.

Interview met mr. Gerard Spong

B.I. Bethlehem, J.H. Verdonschot

Wanneer de studerende lezer van dit blad op een verjaardagspartij zijn vakgebied mededeelt, zal hij ten aanzien van zijn ambities regelmatig een bekende strafpleiter voorgespiegeld/voorgehouden krijgen. In sommige gevallen zal deze wellicht ook daadwerkelijk bron van inspiratie zijn geweest voor het gaan studeren van rechten. Nu wij deze maand weer een omvangrijke groep nieuwe rechtenstudenten als lezer verwelkomen, leek het gepast een van de meer spraakmakende en gerespecteerde strafpleiters op te zoeken voor een kort interview. Op zijn kantoor in Amsterdam spraken wij met Gerard Spong.

Verdieping | Interview
september 2006
AA20060617