Verdieping

Onbegrepen maakt onbemind

De reikwijdte van artikel 359 lid 2 Sv

D. Emmelkamp, G.H. Meijer

In dit artikel gaan de auteurs in op de betekenis van het in 2005 ingevoerde art. 359 lid 2 Sv dat de motiveringsplicht van de rechter regelt bij afwijking van nadrukkelijk onderbouwde standpunten van verdachte of officier van justitie. De vraag wordt gesteld of art. 359 lid 2 Sv een codificering van de heersende praktijk van voor 2005 is of dat er sprake is van een grotere motiveringsplicht van de rechter.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2007
AA20070954

Onbeschermde seks en opzet bij levensberoving

A.J. Machielse

Onderstaand krantenbericht demonstreet de actualiteit van een bekend thema; het onderscheid tussen opzet en schuld als bestanddeel. Maar waarin zit hem dat verschil? En wordt aan dat verschil wel voldoende recht gedaan door de uitspraken van de Hoge Raad in de zogenaamde HIV-zaken?

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2004
AA20040155

Ondeelbaarheid en hoofdelijkheid; een ongelukkig huwelijk

J.S. Kortmann

In dit artikel zullen de gevolgen van de ondeelbaarheid van verbintenissen beschreven worden. In het nieuwe Burgerlijke Wetboek is men voor ondeelbare schulden hoofdelijk verbonden. Auteur gaat in op de problematiek en welke schulden wel of niet deelbaar zijn.

Verdieping | Studentartikel
januari 1996
AA19960006

Ondernemingen na 1992; tussen concurreren en fuseren

V.P.C.M. Maas, B.L.P. van Reeken

De Europese Gemeenschap zorgt de laatste maanden voor veel nieuws. Er worden talloze studies verricht naar de effecten van de realisatie van de interne markt en er wordt veel geschreven over het Europees mededingingsrecht met betrekking tot overnames, fusies en joint-ventures. Dit artikel probeert aan te geven hoe deze gebieden met elkaar samenhangen; hoe het Europees mededingingsrecht de realisatie van de interne markt beïnvloedt. Het zal geen uitputtende behandeling geven van deze materie, het beoogt niet meer dan een introductie te zijn.

Verdieping | Studentartikel
september 1988
AA19880517

Oneigenlijke vermenging en het individualiseringsvereiste

A. Smelt

Oneigenlijke vermenging is een omstreden leerstuk in de juridische literatuur. Het zou met name in geval van faillissement van de houder van de oneigenlijk vermengde zaken op onredelijke wijze aan zakelijk gerechtigden hun aanspraken ontnemen. In dit artikel worden de verschillende aspecten van het leerstuk besproken en wordt geprobeerd tot een heldere benadering van de kwestie van oneigenlijke vermenging te komen.

Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikel
mei 2003
AA20030348

Onmiddellijkheid heroverwogen

D. Garé, J.F. Nijboer bewerkt door P.A.M. Mevis

Rode draad | Bewijs en bewijsrecht | Verdieping | Studentartikel
december 1999
AA19990877

Onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal in het bestuursrecht

Y.E. Schuurmans

Post thumbnail

Bestuursorganen kunnen gebruik maken van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal, tenzij dat op een wijze is verkregen die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit onder alle omstandigheden onrechtmatig is. In dit artikel wordt bezien hoe het leerstuk van bewijsuitsluiting in het bestuursrecht invulling krijgt door mensenrechtenbescherming en verandering ondergaat door gedigitaliseerd en geprivatiseerd toezichtonderzoek.

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2017
AA20170388

Onregelmatigheden, fraude en sancties in het onderwijsrecht

Een onderzoek naar de rechtspraak over deze begrippen in de periode 2022-2025

L. Markesteijn, J.C. de Wit

Post thumbnail Dit artikel belicht de rechtspraak in studentenzaken over onregelmatig­heden, fraude en sancties van de afgelopen jaren. Een kwalitatieve analyse van deze uitspraken laat onder meer zien dat het percentage gegronde uitspraken significant hoger is dan het percentage gegronde uitspraken in andere studentenzaken. Uit kwantitatief onderzoek blijkt dat naast een gedegen onderzoek om te bewijzen dat daadwerkelijk sprake is van een onregelmatigheid of fraude een adequate toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van cruciaal belang is om tot een rechtmatig besluit te komen.

Verdieping | Verdiepend artikel
november 2025
AA20250745

Ons milieuplan is ambitieus, maar de toestand van ons milieu rechtvaardigt dat ook!

Interview met minister J.G.M. Alders

R. Glas, K. Vos

Johannes Gerardus Maria Alders werd op 17 december 1952 te Nijmegen geboren. Na twee jaar lyceum bezocht hij de lagere detailhandelsschool. Van 1975 tot 1982 was Hans Alders ambtelijk secretaris van de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Nijmegen en hij was van 1978 tot 1982 tevens voorzitter van de PvdA-fractie in de Provinciale Staten van Gelderland. In 1982 werd hij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij werd op 7 november 1989 benoemd tot minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in het derde Kabinet-Lubbers. In het kader van de Rode draad 'Milieurecht' een interview. Naar voren komen onder meer hoe het milieuvraagstuk in een parlementaire democratie adequaat aangepakt kan worden, deregulering en decentralisatie, de verhouding tussen de integrale milieuvergunning (IMV) en de vergunning op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO). Daarnaast komt de in ontwikkeling zijnde Awb ter sprake, evenals kostenverhaal op vervuilers en een mogelijk milieuwaarborgfonds. Ten slotte komen financiële instrumenten als verhandelbare emissierechten en Europese milieurichtlijnen ter sprake.

Overig | Rode draad | Milieurecht | Verdieping | Interview
december 1990
AA19900938

Onterven en passeren in het Byzantijnse recht

De nieuwe regeling van Novelle 115.3 en 4 (a.542)

H. de Jong

Post thumbnail Novelle 115, met name de capita 3 en 4, afgekondigd door keizer Justinianus (482-565) in 542, bevatte belangrijke nuanceringen en een nadere invulling van de toen bestaande regels betreffende het onterven en passeren van naaste verwanten. De Novelle had een doorwerking in het Byzantijnse recht van de Basilica en de Peira. Soms werden oude regels uit het Corpus iuris vanwege de introductie van Novelle 115 weggelaten of gewijzigd, soms ook opnieuw geïnterpreteerd zodat zij naast Novelle 115 hun gelding konden behouden.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2024
AA20240857

Ontkenning van het vaderschap en artikel 8 EVRM

M.H. van der Woude

Hoe verstaan de huidige regeling omtrent de zogenaamde ontkenning van het vaderschap en de in het wetsvoorstel Herziening afstammingsrecht voorziene regeling van deze materie zich met het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het 'gezinsleven'? Een beschikking van de Hoge Raad gewezen op 16 november 1990 vormt de aanleiding tot de hierna volgende korte beschouwing.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 1991
AA19910480

Ontkenning, bagatellisering en vergoelijking van internationale misdrijven in het Wetboek van Strafrecht

Een analyse van de complexe nieuwe ‘memory law’ in artikel 137c lid 2

M. van Noorloos

Post thumbnail In 2024 is aan artikel 137c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht een verbod toegevoegd op het ontkennen, vergoelijken of verregaand bagatelliseren van grootschalige internationale misdrijven, als bijzondere vorm van groepsbelediging. Dit artikel geeft een beschouwing van een aantal delicate vragen waar de rechtspraktijk voor kan komen te staan bij de interpretatie van deze ‘memory law’.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2026
AA20260177