Resultaat 325–336 van de 457 resultaten wordt getoond
J.S. Nan
Hoge Raad 19 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1562 (Nemo tenetur en fishing expeditions) Dat de betrokkene het recht heeft om niet aan zijn eigen veroordeling mee te hoeven werken (nemo tenetur), betekent niet dat wilsonafhankelijk materiaal (zoals documenten) onder omstandigheden niet van hem kan worden afgedwongen. Fishing expeditions zijn echter verboden.
Annotaties en wetgeving | Annotatiefebruari 2024AA20240155
T. Heukels, P.A.M. Verrest
Annotaties en wetgeving | Wetgevingjanuari 2017AA20170051
N. Rozemond
Hoge Raad 17 december 2013, nr. 12/02825, ECLI:NL:HR:2013:1964 (Nijmeegse scooterzaak); Hoge Raad 17 december 2003, nr, 12/02841, ECLI:NL:HR:2013:1966 (Nijmeegse scooterzaak)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2014AA20140841
Hoge Raad 26 november 2013, nr. 12/05539, ECLI:NL:HR:2013:1431, NJ 2014/62 m.nt. N. Keijzer (vervolg op Hoge Raad 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437 m.nt. N. Keijzer, AA 2013, p. 839-845 m.nt. N. Rozemond (1AA20130839))
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 2014AA20140291
W.F. van Hattum
De afgelopen jaren deed ik onderzoek naar de achtergronden van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel formuleert de voorwaarden waaronder een tweede vervolging wegens hetzelfde feit niet wordt toegestaan: non bis in idem. Aanleiding om mij in dit onderwerp te verdiepen vormden enkele arresten van de Hoge Raad. De Hoge Raad beriep zich voor zijn standpunt of er wel of geen sprake was van een tweede vervolging wegens hetzelfde feit op ‘de strekking van art. 68’ en ‘het beginsel van het artikel’. De vraag was: op welk beginsel beriep hij zich? Waar stond het? Waar kwam het vandaan? De antwoorden die ik in de geschiedenis vond, boden een verrassende blik op de gebeurtenissen, de taal, de ontwikkelingen, en de personen rond dit onderwerp. Zij ontsloten onder meer de bron van de woorden non bis in idem en de betekenis die zij in de loop der eeuwen kregen. Mijn bijdrage gaat over deze twee historische aspecten van de regel.
Overig | Rode draad | Historische wortels van het rechtapril 2013AA20130314
J.M. ten Voorde
Hoge Raad 16 oktober 2018, nr. 17/01052, ECLI:NL:HR:2018:1934
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2019AA20190681
L.M. van den Bosch, D.B. Sander
Met het oog op een landelijk uniform strafvorderingsbeleid heeft het OM strafvorderingsrichtlijnen opgesteld voor de meest voorkomende delicten. De deugdelijkheid van een landelijk uniform strafvorderingsbeleid is mede afhankelijk van een evenwichtige onderlinge samenhang tussen deze strafvorderingsrichtlijnen. De auteurs zetten in dit redactioneel twee vraagtekens bij die evenwichtigheid
Opinie | Redactioneelapril 2020AA20200315
L. Stevens
Hoge Raad 4 april 2017, nr. 15/03882, ECLI:NL:HR:2017:584; Hoge Raad 4 april 2017, nr. 15/05365, ECLI:NL:HR:2017:588; Hoge Raad 4 april 2017, nr. 15/01973, ECLI:NL:HR:2017:592
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2017AA20170730
M.F.H. Hirsch Ballin
De bestrijding van terrorisme heeft in het laatste decennium van de vorige eeuw het strafrechtelijk opsporingsonderzoek veranderd. Het proefschrift van Marianne Hirsch Ballin brengt in beeld hoe Nederlandse en Amerikaanse antiterrorismemaatregelen zich verhouden tot de fundamentele rechten en beginselen die in het strafrechtelijk onderzoek en het strafproces dienen te worden gewaarborgd. In dit artikel licht zij toe welke onderzoeksbevoegdheden ter voorkoming van terroristische misdrijven aan de Amerikaanse autoriteiten ter beschikking staan. Vervolgens geeft zij aan hoe de Verenigde Staten zowel in positieve als negatieve zin als voorbeeld kunnen dienen voor reflectie op ons eigen systeem van opsporing van terroristische misdrijven.
Literatuur | Proefschriftbijdragemaart 2013AA20130247
J. van Zeijst
Beginselen vormen in het strafrecht een groot goed, maar zij hebben levens de lastige eigenschap niet geheel en al aan te sluiten bij de praktische behoeften van een doelmatige strafrechtspleging. Zo ook het legaliteitsbeginsel. In dit artikel wordt aangegeven hoe het legaliteitsbeginsel fricties kan opleveren als de rechter het bestaande wettelijke arsenaal van straffen en maatregelen ontoereikend acht. Hij zoekt naar wegen om aan de greep van het legaliteitsbeginsel te ontkomen en een voor de hand liggende mogelijkheid is dan het opleggen van een bijzondere voorwaarde. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat de wetgever aan de bijzondere voorwaarde een andere functie heeft toegedacht dan die van verkapte straf of verkapte maatregel. Een zodanig gebruik is dus in strijd met de bedoelingen van de wetgever en staat tevens op gespannen voet met het legaliteitsbeginsel. Daarom mag met recht van een oneigenlijk gebruik worden gesproken. Enige voorbeelden hiervan komen aan de orde en tevens zal de vraag worden opgeworpen: heeft de bijzondere voorwaarde nog toekomst?
november 1982AA19820621
M. van Noorloos
In 2024 is aan artikel 137c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht een verbod toegevoegd op het ontkennen, vergoelijken of verregaand bagatelliseren van grootschalige internationale misdrijven, als bijzondere vorm van groepsbelediging. Dit artikel geeft een beschouwing van een aantal delicate vragen waar de rechtspraktijk voor kan komen te staan bij de interpretatie van deze ‘memory law’.
Verdieping | Verdiepend artikelmaart 2026AA20260177
L.A.G.M. van der Geld
Wat hebben erfrecht en strafrecht met elkaar te maken? Nogal veel! De bloedige hand erft niet: je erft niet van degene die je zelf om het leven hebt gebracht. En wat te denken van het erven van een ‘criminele’ nalatenschap? Met spraakmakende zaken zoals die van Yvon K. is het ‘strafrechtelijke erfrecht’ weer volop in de belangstelling. Yvon K., verdacht van het om het leven brengen van haar partner, overleed een paar dagen vóór de uitspraak in haar strafzaak. Vererft nu de erfenis van de om het leven gebrachte partner naar haar kinderen?
Rode draad | Snijvlakken & Kruisbestuivingendecember 2023AA20230986