Strafrecht en criminologie

Rechtseconomie en particuliere beveiliging

'Policing for profit' als voorloper van strafrechtelijke hervormingen?

B. Hoogenboom

In deze bijdrage wordt de theorievorming over de veiligheidsindustrie besproken. Twee theorieën domineren: de Junior-Partner theorie en de Economische theorie. De eerste theorie benadrukt de complementaire positie van de veiligheidsindustrie: de overheid is gebaat bij aanvullend preventief toezicht door het bedrijfsleven. De Economische theorie daarentegen wijst op de 'loss prevention' functie van de veiligheidsindustrie die wezenlijk verschilt van de strafrechtelijke doeleinden van de overheid. In deze benadering staan begrippen als doelmatigheid, efficiency en effectiviteit centraal. 'Misdaadbestrijding' is een afgeleide van een 'hoger' doel: winstmaximalisatie. Deze doelstelling kan ten koste gaan van de positie van werknemers. Het wetboek van Strafvordering begrenst slechts het optreden van overheidsfunctionarissen, niet dat van particuliere beveiligers. In de eerste paragraaf wordt betoogd dat het criminaliteitsvraagstuk uitsluitend wordt benaderd vanuit rechtsstatelijk perspectief. In paragraaf drie en vier wordt de theorie rondom het veiligheidsvraagstuk behandeld.

Bijzonder nummer | Rechtseconomie
oktober 1990
AA19900721

Rechtseconomie en strafrecht

Een rechtseconomische analyse van de bestrijding van misbruik van voorwetenschap bij de handel in effecten

D.R. Doorenbos, J.F.L. Roording

De economics of crime reiken verder dan de grenzen van het strafrecht. De benadering is namelijk ook bruikbaar als het gaat om de vraag welke handhavingsmiddelen ter bestrijding van een bepaalde vorm van onrechtmatig gedrag uit het oogpunt van efficiëntie en effectiviteit het meest aangewezen zijn. Het inschakelen van strafrechtelijke middelen is dan een optie. In dit artikel stellen wij ons deze vraag voor een concrete gedraging, namelijk het misbruik van voorwetenschap bij de handel in ter beurze genoteerde effecten. Na een schets van het door ons gehanteerde model (paragraaf 2) wordt een en ander toegepast op misbruik van voorwetenschap (paragraaf 3). Aan het slot veroorloven wij ons enige kanttekeningen bij de rechtseconomische benadering van het strafrecht (paragraaf 4).

Bijzonder nummer | Rechtseconomie
oktober 1990
AA19900733

Rechtsharmonie en wetsharmonie in het internationale strafrecht

G.A.M. Strijards

In het Wetboek van Strafrecht zijn slechts enkele, meer incidentele wezensvreemde elementen tengevolge van internationaal recht aan te wijzen. In dit artikel zal aangetoond worden dat buiten het Wetboek van Strafrecht om belangrijke ontwikkelingen gaande zijn, welke nopen tot het heroverwegen van introverte kenmerken van het Wetboek van Strafrecht.

Bijzonder nummer | Rechtsharmonie - Wetsharmonie
mei 1996
AA19960378

Rechtsregimes tijdens militaire operaties

P. Ducheine

In deze bijdrage wil de auteur op summiere wijze de vraag beantwoorden aan de hand van welke rechtsregimes functioneel militair geweldgebruik in uitzendsituaties beoordeeld moet worden. ‘Rechtsregime’ wordt in deze bijdrage gebruikt in de betekenis van (rechts)regels die de uitvoering van operaties beheersen, inclusief geweldsinstructies. Samen met de rechtsgrondslagen –rechtsbases – voor een operatie, bieden zij het juridische kader van operaties.

Bijzonder nummer | Oorlog & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2009
AA20090490

Rechtsvergelijkende beschouwingen over de waarborging van een goede strafrechtspleging

M. Lochs

Om een goede strafrechtspleging te kunnen waarborgen heeft de strafrechter allerlei instrumenten tot zijn beschikking. Tussen common-lawen civil-law-rechtsstelsels bestaan hierin echter grote verschillen. In dit artikel wordt een vergelijking gemaakt tussen de Angelsaksische instrumenten van contempt of court en abuse of process en de in het Nederlandse rechtsstelsel voorhanden middelen. Ook wordt aandacht besteed aan de wijze waarop deze instrumenten in de tribunalenrechtspraak vorm hebben gekregen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
juni 2020
AA20200636

Rechtsvinding in het privaatrecht en het strafrecht, of: mag Geert Wilders alles zeggen wat hij denkt?

N. Rozemond

Post thumbnail In deze amuse illustreert de auteur op toegankelijke en actuele wijze dat bepaalde rechtsvragen - in dit artikel wat er valt onder het opzettelijk beledigen van een bevolkingsgroep - niet eenvoudig te beantwoorden zijn. De auteur laat zien dat vanuit civielrechtelijk en strafrechtelijk perspectief er andere gezichtspunten en uitkomsten mogelijk zijn. De auteur betoogt dat voor rechtsvinding deelname aan het publieke debat vereist is waarbij verschillende belangen en meningen gelden en er gezocht moet worden naar het gewicht van verschillende, soms confronterende, belangen.

Opinie | Amuse
april 2009
AA20090220

Rechtsvinding in zedenzaken: is stealthing verkrachting?

H.A.W. Koch

Post thumbnail Op 14 maart 2023 kwamen de eerste gevallen van stealthing voor de strafrechter. De rechtbank Rotterdam oordeelde in die zaken dat er geen sprake was van verkrachting. In deze bijdrage onderzoek ik de mogelijke kwalificatie van stealthing als verkrachting naar huidig recht en met het oog op de aankomende Wet seksuele misdrijven. In tegenstelling tot de rechtbank kom ik tot de conclusie dat er argumenten zijn om stealthing wel als verkrachting aan te merken.

Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikel
november 2023
AA20230825

Rechtsvorming door de Hoge Raad (Digitaal boek)

R. de Graaff, T.A. Keijzer, C.C. de Kluiver, M. Samadi

Post thumbnail Een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar. De bijdragen belichten de rechtsvormende taak in meer algemene zin, maar besteden ook aandacht aan specifieke ontwikkelingen op belangrijke rechtsgebieden die onder de hoede van de Hoge Raad vallen.

9789069167473 - 24-05-2016

Rechtsvraag (184) strafproces

G. Knigge

Rechtsvraag waarbij de voeging van de benadeelde partij (i.c. de vrouw van het overleden slachtoffer) aan de orde komt. Aan de orde komt hoe de rechter had moeten oordelen en wat de veroordeelde tegen de veroordeling in kan brengen.

Overig | Perspectief | Rechtsvraag | Rode draad | Slachtoffers van delicten
februari 1989
AA19890152

Rechtsvraag (123) Strafrecht

J.W. Fokkens

Vragen rond deliktsomschrijving en daderschap bij winkeldiefstal.

Perspectief | Rechtsvraag
januari 1981
AA19810037

Rechtsvraag (128) strafprocesrecht

C.F. Rüter, J.M. Verheul

Uitsluiting voor het bewijs van een proces-verbaal waaruit niet blijkt dat door de betreffende opsporingsambtenaren verdachte op de hoogte is gesteld van het feit dat hij niet tot antwoorden verplicht is?

Perspectief | Rechtsvraag
juni 1981
AA19810311

Rechtsvraag (129) strafprocesrecht

Vereniging Wetswinkel Utrecht

Rechtspositie van ‘beperkten’ in huizen van bewaring

Perspectief | Rechtsvraag
juli 1981
AA19810383