Strafrecht en criminologie

Internationale kinderontvoering: einde eigenrichting in zicht?

L.M.B. Veraart

Het verschijnsel internationale kinderontvoering, met alle ingrijpende gevolgen die dit meebrengt, is de afgelopen decennia een probleem van steeds grotere omvang geworden. Factoren als de toegenomen internationale mobiliteit en de in veel landen soepeler geworden echtscheidingswetgeving hebben hiertoe bijgedragen. Wat ons land betreft blijkt uit de cijfers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat er jaarlijks dertig tot veertig kinderen uit Nederland naar het buitenland worden ontvoerd. De juridische middelen om deze vorm van eigenrichting ongedaan te maken schieten veelal tekort. Twee in 1980 tot stand gekomen verdragen, in Europees respectievelijk mondiaal verband, beogen hierin verandering te brengen. Een spoedige bekrachtiging door Nederland — en natuurlijk ook door zoveel mogelijk andere landen — verdient dan ook ten zeerste aanbeveling.

Verdieping | Studentartikel
januari 1988
AA19880003

Internationale misdrijven, nationale deelnemingsfiguren en het opzet van de medeplichtige

E. van Sliedregt

Hoge Raad 30 juni 2009, nr. 07/10742, ECLI:NL:HR:2009:BG4822, LJN: BG4822 Annotatie bij een uitspraak van de Hoge Raad waarbij medeplichtigheid en voorwaardelijk opzet in een internationale casus aan de orde zijn. Het gaat om medeplichtigheid aan volkerenmoord door het leveren van grondstoffen voor chemische wapens. In de noot wordt dieper ingegaan op het leerstuk daderschap, met in het bijzonder medeplichtigheid en het opzetvereiste daarbij alsmede verschillende internationaalrechtelijke misdrijven zoals genocide en volkerenmoord.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2009
AA20090744

Internationale samenwerking in strafzaken: de dimensie van internationale en ‘geïnternationaliseerde’ straftribunalen

G.K. Sluiter

Deze bijdrage beoogt inzicht te geven in de basiselementen van het ‘samenwerkingsrecht’ van internationale straftribunalen, alsmede in de ontwikkeling daarvan. Uitgangspunt is het traditionele tussenstatelijke model (par. 2). In licht van datmodel bezien, wordt vervolgens het samenwerkingsrecht van het ICTY en ICTR (par. 3) en het ICC (par. 4) onder de loep genomen. Interessante nieuwe fenomenen zijn de ‘geïnternationaliseerde’ vormen van strafrechtspraak, hybrides van nationale en internationale straftribunalen. Het samenwerkingsrecht van deze instellingen is het onderwerp van paragraaf 5.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
september 2003
AA20030691

Internationale strafrechtspraak: de zaak Karadžić

Internetcriminaliteit: kinderpornografie in meervoudig perspectief

R. Kaspersen, J. Kerstens, R. Leukfeldt, A.R. Lodder, W. Stol

Deze bijdrage plaatst de verspreiding van kinderpornografie via internet, in een meervoudig perspectief. Achtereenvolgens komen aan bod gedragsregulering in cyberspace (de onderliggende sociologische dimensie); een overzicht van de ernstigste criminaliteitsvormen in cyberspace, de plaats die kinderporno daarbij inneemt en hoe kinderpornoverspreiding plaatsvindt (criminologische dimensie); welke partijen een bijdrage kunnen leveren aan kinderpornobestrijding en wat hun mogelijkheden zijn, met bijzondere aandacht voor problemen in de opsporing (de integrale veiligheidskundige dimensie). Op verschillende plaatsen is daarbij aandacht voor wet- en regelgeving (de juridische dimensie).

Bijzonder nummer | Internet & recht | Verdieping | Studentartikel
juli 2008
AA20080531

Interpretatie & Recht (Digitaal boek)

Uitleg in privaat- en publiekrecht

C.J.H. Jansen, J.J.J. Sillen

Post thumbnail Een bundel met 8 bijdragen over de rol en de betekenis van interpretatie in het bestuursrecht, ondernemingsrecht, goederenrecht, strafrecht en het notariële recht.

9789492766298 - 05-07-2018

Introductie Internationaal strafrecht (Digitaal boek)

Y. Buruma, P.A.M. Verrest

Post thumbnail Een eerste kennismaking met het internationaal strafrecht te bieden. Dat wat eigenlijk iedere jurist minimaal van internationaal strafrecht zou moeten weten komt aan bod.

9789069164441 - 04-08-2004

Inzake opsporing; eindrapport Enquêtecommissie Opsporingsmethoden

A. van Veen, P. Werdmuller

In de democratische rechtsstaat vraagt elk optreden van bestuur, politie en justitie een zo precies mogelijke wettelijke grondslag. Bij de toepassing van strafrecht en strafvordering binnen de democratische rechtsstaat kan het doel de middelen niet heiligen. De toepassing van proportionaliteit en subsidiariteit moet geschieden binnen de grenzen van wettelijke bevoegdheden en niet daarbuiten. Regeling van de opsporingsmethoden is noodzakelijk, zowel naar inhoud als naar procedure en controle. Het gaat niet alleen om de vraag wat er mag, maar ook om de vraag hoe toezicht en gezag worden uitgeoefend. Dit volgens het adagium: geen bevoegdheid zonder verantwoordelijkheid, geen verantwoordelijkheid zonder verantwoording.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juni 1996
AA19960423

Is de onafhankelijk deskundige in het strafproces uitgediend?

E.R. Groeneveld

In de context van het strafrecht bestaat een deskundigheid in de criminalistiek. De deskundige heeft met betrekking tot het strafrecht een functie, die wettelijk verankerd is door de artikelen 343 Sv en 344 Sv en nader uitgewerkt in de artikelen 227-235 Sv. Vanuit die optiek is het interessant de taak van de deskundige bij het strafproces nader te beschouwen. Uitgaande van de dagelijkse praktijk van het werk van de deskundigen binnen het Gerechtelijk Laboratorium zal Professor Groeneveld in dit artikel die taak kritisch onder de loep nemen.

Opinie | Column
november 1989
AA19890923

Is de vervolgingsverjaring verjaard?

G.J. van de Lagemaat

Post thumbnail De verjaring van de vervolgingsmogelijkheid is in Nederland aan zijn tweede wijziging in korte tijd toe, zo meent de wetgever. De verjaringsregeling wordt in rap tempo uitgekleed. Hoe houdbaar is zij eigenlijk nog?

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2012
AA20120339

Is er nog toekomst voor Hazewinkel-Suringa-Remmelink?

Th.A. de Roos

In dit artikel behorend bij de rode draad 'Strafrecht in beweging' wordt het bekende handboek op het gebied van het materieel strafrecht van Hazewinkel-Suringa/ Remmelink besproken aan de hand van controversiële stellingnames in het boek. Er wordt ingegaan op de mening van de bewerker, inmiddels auteur, op het gebied van de strafrechtelijke gedraging en culpa.

Overig | Rode draad | Materieel strafrecht in beweging
juli 1994
AA19940504

Is niet geschoten altijd mis?

rechtsvraag (306) materieel strafrecht

G.J. Holtkamp, F. van Laanen

In deze rechtsvraag komt een materieel strafrechtelijke vraag naar voren.

Perspectief | Rechtsvraag
februari 2003
AA20030134