Staats- en bestuursrecht

Tweede tranche Algemene wet bestuursrecht-Wet ontplooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie

H.G. Lubberdink

In dit artikel wordt de tweede tranche van de Awb besproken. De tweede tranche regelt met name de uniformering van het bestuursprocesrecht zoals bijvoorbeeld de regels voor beroep, bezwaar en appel. In dit artikel wordt hier dieper op ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
maart 1994
AA19940152

Tweederangs Nederlanders?

C.A.J.M. Kortmann

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 21 november 2006, LJN: AZ3202, ECLI:NL:RVS:2006:AZ3202, nrs. 200404446/1 en 200404450/1, AB 2007, 80, m.nt. P.J. Stolk. Ook wel bekend als Arubaanse kiezers II. Deze uitspraak bevat vele aspecten van constitutionele aard. Hier komen aan de orde, 1) Kiesrecht en nationaliteit, 2) Nationaal recht, gemeenschapsrecht en het EVRM, 3) De rechtsvormende taak van de rechter en 4) Rechtsherstel.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2007
AA20070456

Tweehonderd jaar rechterlijke toetsing

A.W. Heringa

In deze bijdrage aan de Rode draad over constitutionele toetsing wordt ingegaan op het toetsingsrecht van de Amerikaanse rechter. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de bevoegdheid, historie en werking van het toetsingsrecht door de Amerikaanse rechter.

Overig | Rode draad | Constitutionele toetsing
april 2003
AA20030257

Uit de kast, maar ook uit de brand?

Lesbische, homo­seksuele, biseksuele en transgender asielzoekers in Nederland

T.P. Spijkerboer

Post thumbnail In de afgelopen jaren is de positie van LHBT-vluchtelingen verbeterd, omdat een aantal kwestieuze praktijken om hun asielverzoeken af te wijzen is afgeschaft. Toch blijft er spanning bestaan tussen de restrictieve manier waarop mensenrechten worden geïnterpreteerd in de context van asiel, en de ruimere interpretatie daarbuiten. Zo beslissen ambtenaren over de gender- en seksuele identiteit van asielzoekers, en wordt strafbaarstelling van homoseksuele handelingen in het land van herkomst niet als vervolging in de zin van de vluchtelingendefinitie aangemerkt.

Rode draad | Recht en seksualiteit
september 2016
AA20160668

Uitbreiding rechtsbescherming vreemdelingen?

B.H.A. van Leeuwen

Op 10 mei jongstleden bood de minister van Justitie een tweede nota van wijzigingen aan van het wetsontwerp Uitbreiding rechtsbescherming en rechtsbijstand vreemdelingen. Daarin wordt onder andere voorgesteld de rechtsgang van herziening bij de minister en vervolgens beroep op de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State, zoals die nu geregeld is in de Vreemdelingenwet te wijzigen. Een en ander zou meer in overeenstemming moeten worden gebracht met de Wet Arob. In dit artikel wil ik enkele onderwerpen uit de procedure bespreken die door de voorgestelde regeling een wijziging ondergaan. Na de inleiding, waarin een schets van het huidige en het toekomstige stelsel wordt gegeven, zijn dat het beschikkingsbegrip, de bezwaarschriftenprocedure en de schorsende werking.

Witte stukken
oktober 1982
AA19820587

Uitgesproken vertrouwen

F. Kartner, J. Streefkerk

Vertrouwen wordt in de Nederlandse politiek niet onder woorden gebracht, wantrouwen des te vaker. Tijd voor een positieve vertrouwenregel?

Opinie | Redactioneel
oktober 2013
AA20130721

Uitwisselen van processtukken in het bestuursproces. Van geheimhouding en dreigende openbaarheid

C.N. van der Sluis

Post thumbnail Deze bijdrage bespreekt het thema interne openbaarheid van het bestuursproces, in het bijzonder de werking van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel gaat dus over partijtoegang tot informatie in een gerechtelijke procedure.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2021
AA20210153

Uitzondering of precedent? De historische dubbelzinnigheid van de Rawagede-uitspraak

W.J. Veraart

Post thumbnail Op 9 december 1947 vermoordden Nederlandse militairen zonder duidelijke militaire noodzaak het grootste deel van de mannelijke bevolking in het Indonesische dorpje Rawagede. Bijna 64 jaar later, op 14 september 2011, deed de Haagse rechtbank uitspraak in een zaak die was aangespannen tegen de Nederlandse staat door een aantal weduwen en andere nabestaanden van de slachtoffers. De Nederlandse staat beriep zich hierbij op verjaring, maar de rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn (deels) buiten toepassing moest worden gelaten. In dit artikel plaatst Wouter Veraart de Rawagede-zaak in perspectief.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2012
AA20120251

UNESCO 1970 en de bescherming van cultuurgoederen

N.M. van der Horst

In dit artikel wordt besproken hoe met het in werking treden van twee wetten het Unesco verdrag van 1970 ter bescherming van cultuurgoederen in Nederland van kracht wordt. Na een inleiding volgt een beschrijving van het verdrag. Vervolgens wordt de vraag beantwoord waarom Nederland pas zo veel jaar na 1970 toetreedt. Daarna komt de Uitvoeringswet aan de orde. Er wordt afgesloten met een conclusie.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
oktober 2009
AA20090666

UNHCR, 75 jaar op 14 december 2025: weinig reden voor een feestje

M.Y.A. Zieck

Dit academisch jaar, waarin het Vluchtelingenverdrag van 1951 75 jaar wordt, wijdt Marjoleine Zieck, hoogleraar International Refugee Law aan de UvA en hoogleraar Public International Law aan het Pakistan College of Law in Lahore, tien columns in Ars Aequi aan vluchtelingen en heldert zij enige van die misverstanden op. In deze column schrijft zij over UNHCR. UNHCR zou eigenlijk maar drie jaar bestaan; langer zou niet nodig zijn. Helaas is 75 jaar later het vluchtelingenprobleem nog immer niet opgelost. Marjoleine Zieck legt in deze column uit dat het 75-jarig bestaan van UNHCR dan ook geen reden voor een feestje is.

Perspectief | Column
december 2025
AA20250865

Urgenda en de rol van de rechter

Over de ondraaglijke leegheid van de trias politica

G. Boogaard

Post thumbnail

In het Urgenda-vonnis motiveert de rechtbank haar uitspraak met het argument dat zij zich beperkt heeft tot haar eigen domein: de rechtstoepassing. Maar mag een rechter alles bevelen, als de inhoud maar klopt? Of moeten er vanuit de Trias Politica ook grenzen worden ontwikkeld voor een rechter die gelijk heeft?

Opinie | Tweeluik
januari 2016
AA20160026

Urgenda tegen de Staat der Nederlanden: aan wiens kant staat de Nederlandse burger eigenlijk?

O. Spijkers

Post thumbnail In het rechtbankvonnis (2015) in de Urgenda-zaak werd het nalaten van de Nederlandse Staat om de uitstoot van broeikasgassen vanuit Nederlands grondgebied tot een aanvaardbaar niveau terug te (doen) brengen, beschouwd als een schending van de zorgplicht (gevaarzetting) van artikel 6:162 lid 2 Burgerlijk Wetboek. Door dit nalaten bracht Nederland de eigen bevolking in gevaar. In 2018 kwalificeerde het gerechtshof datzelfde nalaten door de Staat als een schending van de mensenrechten van de Nederlandse bevolking, in het bijzonder het recht op leven en een schone leefomgeving. In deze bijdrage onderzoek ik of de Urgenda-zaak gezien kan worden als een succesvol voorbeeld van strategisch procederen voor mensenrechten, dat wil zeggen het op een strategische manier inzetten van een juridische procedure, waarin de mensenrechten centraal staan, om op deze wijze te proberen algemene beleids­wijzigingen teweeg te brengen in het belang van de samenleving als geheel. Daarbij kijk ik ook naar de reactie van de Nederlandse samen­leving op deze procedure. Die lijkt verdeeld. Sommige Nederlandse burgers beschouwen Urgenda als een stichting die moedig opkomt voor de goede zaak, anderen hebben juist meer sympathie voor de weifelende Nederlandse Staat.

Opinie | Opiniërend artikel
maart 2019
AA20190191