Staats- en bestuursrecht

Soevereiniteit in eigen kring

L. van den Berge, R. Kindt

Instellingen op levensbeschouwelijke grondslag zijn in Nederland van oudsher tot op grote hoogte autonoom. Vormgevers van de verzuiling als Abraham Kuyper spraken in dit verband wel van ‘soevereiniteit in eigen kring’: de georganiseerde, vaak religieuze verbanden waartoe burgers in zijn tijd haast als vanzelfsprekend behoorden moesten volgens hem zo veel mogelijk gevrijwaard blijven van staatscontrole. In onze postmoderne, ontzuilde samenleving zijn dergelijke verbanden echter niet meer zo herkenbaar aanwezig als voorheen. Desondanks hebben veel bijzondere instellingen hun autonomie haast onverkort behouden. Zo nu en dan rijst de vraag of dit wenselijk is.

Opinie | Redactioneel
november 2012
AA20120797

Solidariteit en corona: lessen uit het verleden

L. van den Berge

Het algemeen belang vereist soms dat de overheid maatregelen neemt die sommigen met een onevenredig zware last opzadelen. Wie buitenproportioneel getroffen is, heeft soms recht op schadevergoeding, ook al is het overheidshandelen op zichzelf rechtmatig. Aldus luidt althans de strekking van een opmerkelijk arrest van het Hof van Friesland uit 1611. In de coronacrisis komt het goed van pas dat arrest nog eens zorgvuldig te bestuderen.

Blauwe pagina's | Spraakmakende Zaken
februari 2021
AA20210108

Spanningen bij de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming door de faillissementscurator

M.D. Reijneveld

Op 30 januari 2023 promoveerde Minke Reijneveld aan de Radboud Universiteit met het proefschrift ‘Gegevensbescherming in faillissement’. In deze bijdrage vertelt ze over haar onderzoek.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
mei 2023
AA20230379

Speaking of Equality

J.H. Gerards

Post thumbnail

Janneke Gerards schrijft over het werk van Peter Westen, dat de basis vormde voor haar proefschriftonderzoek over (on)gelijke behandeling.

Blauwe pagina's | Bijzondere boeken
november 2013
AA20130806

Spitsstroken en verdragen

C.A.J.M. Kortmann

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 15 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR2181, JB 2004, 358, m.nt. Frank en Rita Vlemminx, AB 2005, 12, m.nt. ChB, Ars Aequi 2005, p. 83, m.nt. F.C.M.A. Michiels Kortmann gaat in deze noot in op de werking van internationaal recht in de nationale rechtsorde. Verder analyseert hij de uitspraak van de rechter kritisch.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2005
AA20050367

Spontane vernietiging van bouwvergunningen

F.C.M.A. Michiels

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 20 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF0834, nrs. 200106021/1 en 200201516/1, AB 2003, 1 en 2 m.nt. dG. Spontane vernietiging bouwvergunning, verlening bouwvergunning in strijd met de wet; toetsing aan criteria voor hanteren vernietigingsbevoegdheid; wetenschap bij bouwer van onrechtmatige vergunningverlening.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2003
AA20030196

Spreekrecht in het geding

M. Geerdink, E. de Zwaan

Om de betrokkenheid met de Europese Unie te vergroten heeft de tweede kamer besloten om aan leden van het Europees Parlement een beperkt spreekrecht toe te kennen. Auteurs betwijfelen echter of dit grondwettelijk geen problemen oplevert.

Opinie | Redactioneel
september 1999
AA19990607

Spreiding van politieke macht via referendum – Een liberaal-democratisch pleidooi

S.W. Couwenberg

Spreiding van politieke macht via referendum - Een liberaal-democratisch pleidooi

Meesters-column
februari 1981
AA19810063

Spreken is zilver, maar wie bepaalt wanneer zwijgen goud is?

Over de vraag of de parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers moet worden uitgebreid

R. Nehmelman

Post thumbnail Tot voor kort genoot artikel 71 Grondwet een slapend bestaan. Deze bepaling garandeert dat iedereen die deelneemt aan het parlementaire debat in één van de Kamers van de Staten-Generaal, niet in rechte kan worden vervolgd of aangesproken over hetgeen hij of zij heeft gezegd of geschreven ten behoeve van dat debat. Door de vervolging van het Tweede Kamerlid Geert Wilders is de vraag weer actueel geworden of het leerstuk van de parlementaire immuniteit, zoals dat in Nederland grondwettelijk is vastgelegd, nog wel voldoet. In deze opiniërende bijdrage staat de vraag dan ook centraal of de parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers moet worden uitgebreid.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2011
AA20110355

Sta op en maak revolutie!

Interview met prof.mr. C.A.J.M. Kortmann

A. Kristic, R.J.B. Schutgens

Post thumbnail Interview met prof. mr. C.A.J.M. Kortmann die eind februari 2009 met emeritaat ging. In het artikel wordt ingegaan op het leven, staatsrechtelijke veranderingen en stommiteiten in Den Haag. De invloed van andere wetenschappen op de juristerij, het staatsrecht en de politiek. Ook komt aan de orde in hoeverre studenten zijn veranderd.

Verdieping | Interview
maart 2009
AA20090196

Staat-Magnus; nog éénmaal twee-wegen

Th.G. Drupsteen

Hoge Raad 22 oktober 1993 nr. 15164, ECLI:NL:HR:1993:ZC1107, Rechtspraak van de Week 1993, 211c, NJB-katern 1993. p, 502 (Staat/Magnus) Arrest van de Hoge Raad waarbij de twee-wegen- of doorkruisingsleer centraal staat. In deze milieurechtelijke zaak staat de vraag centraal of de Staat in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat zij door gebruikmaking van een onrechtmatige daadsvordering een mogelijk publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist. De Hoge Raad oordeelt aan de hand van de Windmill-criteria dat dit i.c. niet het geval is. In de noot wordt uitgebreid ingegaan op de verhouding tussen publiek- en privaatrecht en de doorkruisingsleer in het bijzonder.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1994
AA19940157

Staat-Shell (c.a.)

J. Hijma

Hoge Raad 30 september 1994, nr. 15308, ECLI:NL:HR:1994:ZC1460, RvdW 1994 (Staat/Shell) In deze zaak is aan de orde in hoeverre Shell onrechtmatig heeft gehandeld en in die zin aansprakelijk is om de kosten voor de sanering van een stuk vervuilde grond te dragen. Het gaat hierbij om bodemvervuiling die al lang geleden, in de jaren '50, is veroorzaakt en het onduidelijk is of de betreffende wet (art. 21 Interimwet bodemsanering) van toepassing is en of er in die überhaupt een zorgvuldigheidsnorm ten aanzien van het lozen van afval bestond.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1995
AA19950273