Resultaat 3145–3150 van de 3150 resultaten wordt getoond
W.H. van Boom
Hoge Raad 8 februari 2013, nr. 11/05318, ECLI:NL:HR:2013:BY4600, RvdW 2013, 253 (Van de Steeg, Van de Steeg Landbouwbedrijf BV/Coöperatieve Rabobank Noord-Holland Noord); Hoge Raad 8 februari 2013, nr. 11/01920, ECLI:NL:HR:2013:BX7195, RvdW 2013, 250 (Kramer/F. van Lanschot Bankiers NV)
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 2013AA20130755
T.F.E. Tjong Tjin Tai
Zorgplichten zijn een bekend verschijnsel in het recht. De Hoge Raad gebruikt de term regelmatig, de wetgever vraagt zich af of er niet vaker met zorgplichten gewerkt moet worden, en in de literatuur wordt er veelvuldig over gesproken. Toch is er nauwelijks aandacht voor de vraag wat een zorgplicht eigenlijk is. Zon vraag is eigenlijk misschien niet zozeer juridisch als wel filosofisch: er wordt een vertrouwd begrip geproblematiseerd. Niettemin zou het ook voor de rechtspraktijk zinvol kunnen zijn als duidelijk wordt wat zorgplichten precies zijn. Ik zal dit laten zien aan de hand van n kwestie, namelijk de autonomie van de schuldenaar bij zorgplichten binnen overeenkomst.
Literatuur | Proefschriftbijdrageseptember 2007AA20070702
N. Hagemans, M. Nieuwendijk
Experimenteren in rechtspraak mag misschien klinken als twee begrippen die lastig met elkaar te verenigen zijn, maar dat is precies wat de Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging beoogt. Onlangs is het voorstel voor het eerste experiment openbaar geworden: de nabijheidsrechter. Dat maakt het mogelijk om aan de hand van een concreet voorbeeld te laten zien wat het doel van deze wet is. In deze wetgevingsbijdrage leggen Nicole Hagemans en Mirjam Nieuwendijk uit wat de aanleiding was voor de wet, wat erin staat en waarom er nog twee andere besluiten nodig waren, voordat net voor de kerst van 2023 het ontwerpbesluit voor het eerste experiment met de nabijheidsrechter in consultatie kon gaan.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingapril 2024AA20240354
P. Roos
Aan de hand van een ondernemingsrechtelijk arrest (PUEM-arrest; Hof Amsterdam 27 juli 1989, NJ 1990, 734) worden er twee in het ondernemingsrecht van belang zijnde rechtsbeginselen besproken te weten: het beginsel dat besluiten van een ondernemer zorgvuldig voorbereid dienen te worden en het beginsel dat een regel ook feitelijk door het normadressaat van die regel kan worden nageleefd. Voorafgaand aan de bespreking van de beginselen wordt het arrest behandeld.
Bijzonder nummer | Rechtsbeginselenoktober 1991AA19910809
G. van Solinge
In het digitale tijdperk zullen ondernemingen steeds vaker volledig virtueel zijn. Betekent het ontbreken van een fysieke vestiging dat ook een juridische woonplaats niet langer nodig is? Onlangs heeft de Europese Commissie dit proefballonnetje opgelaten. Deze amuse gaat over de internationaal¬privaatrechtelijke vragen die hierbij opkomen. Hoe moet worden vastgesteld welk recht van toepassing is op een rechtspersoon die ‘in the cloud’ woont? En welke rechter is bevoegd te oordelen over geschillen omtrent rechtspersonen met een zwevende zetel?
Opinie | Amusejanuari 2023AA20230006
J. Legemaate
Opinie | Amuseoktober 2016AA20160702