Resultaat 2557–2568 van de 3150 resultaten wordt getoond
J.E. Jansen
De Nederlandse Staat is eigenaar van de door hem uitgegeven paspoorten en rijbewijzen. Het is de vraag wat de goederenrechtelijke gevolgen zijn van deze wettelijke bepalingen. Voor het antwoord zoekt Jelle Jansen in het Romeinse recht.
Opinie | Columnnovember 2013AA20130833
F.G.M. Smeele
Bespreking proefschrift. Hoofdvraag is wie er bij cognossementsvervoer tot vergoeding van ladingschade kan worden aangesproken, met andere woorden ‘whodunnit?’Auteur concludeert dat bij nader inzien de tegenstelling tussen debeginselen van partij-autonomie en derdenbescherming bij de passieve legitimatie maar eenschijnbare. Zeer wel kunnen deze uitgangspunten met elkaar in harmonie gebracht worden, namelijkwanneer aan het contractuele aspect in de verhouding tussen vervoerder en afzender en aan het waardepapierrechtelijke aspect tussen vervoerder en derde-houder beslissende betekenis wordt toegekend.
Literatuur | Proefschriftbijdragenovember 1998AA19980919
H.D.C. Roscam Abbing
In dit artikel wordt het recht op zorg voor de gezondheid in het perspectief van de Europese integratie besproken op drie deelterreinen die mede door de voorgenomen uitbreiding met nieuwe lidstaten de komende jaren de meeste aandacht zullen vragen. Het betreft de gezondheidsbescherming, de kwaliteit van zorg en de toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen. Vanwege de intrinsieke relatie tussen het recht op zorg voor de gezondheid en rechten van patiënten worden deze laatste daarbij — zij het summier — betrokken.
mei 2001AA20010372
J.B.M. Vranken
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtdecember 2009AA20090841
R.M. Wibier
HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:975 (Nebo Vastgoed/Eringa q.q.)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2025AA20250618
G. Ketelaars
In dit artikel wordt besproken welke problemen er spelen nadat op 1 mei 1995 de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in werking is getreden. Aan de hand van voorbeelden worden een aantal problemen weergegeven.
Opinie | Opiniërend artikeljuli 1997AA19970497
De koper droeg naar Romeins recht het risico dat de gekochte niet-geleverde zaak tenietging door overmacht. Omdat hij die last droeg, had hij aanspraak op de lusten zoals een schat gevonden in de verkochte zaak. Naar huidig recht is het risico voor de koper vanaf de aflevering. Bij registergoederen is mogelijk dat de aflevering is verricht, maar de koper geen eigenaar werd (notarieel feilen). De koper draagt dan de lasten en heeft dus recht op de lusten zoals de vondst van een schat.
Verdieping | Verdiepend artikelmei 2020AA20200454
M. Uijen
Over het internationaal faillissementsrecht wordt in de juridische vakbladen opvallend weinig geschreven. Het laatste grote artikel over dit onderwerp in Ars Aequi, bijvoorbeeld, dateert al van 1983. Toch heeft het rechtsgebied ondertussen bepaald niet stilgestaan; op meerdere fronten tegelijk is druk gewerkt aan verdragen die obstakels bij de internationale tenuitvoerlegging van faillissementsvonnissen wegnemen. Sinds 1990 ligt zelfs reeds een van de Raad van Europa afkomstig faillissementsverdrag open voor ratificatie. Inspanningen binnen de EG hebben nog niet geleid tot een verdrag, maar ook daar wordt over de problematiek nagedacht en gediscussieerd — zij het achter gesloten deuren. In eigen land doet de rechter van zich spreken door het ruim interpreteren van de wettelijke mogelijkheden tot het ten behoeve van crediteuren te gelde maken van de failliete boedel. Van de genoemde ontwikkelingen blijken met name de successen binnen de Raad van Europa de moeite van het bestuderen waard. Derhalve: de hoogste tijd voor een update.
Verdieping | Studentartikeldecember 1994AA19940781
L.M.L. Hu, W.M. Schrama
Selectie wet- en regelgeving betreffende personen-, familie- & erfrecht. Opgenomen zijn de actuele teksten zoals deze gelden op 1 september 2025.
9789493333543 - 13-10-2025
G.J.L. Bergervoet, A.M.M. Hendrikx, S. Klinkhamer
In dit cahier wordt aandacht besteed aan verschillende vormen van persoonlijke zekerheid naar Nederlands recht. De nadruk ligt daarbij op de rechtsfiguren van contractuele hoofdelijkheid, borgtocht en de onafhankelijke bankgarantie.
9789493199200 - 26-01-2021
Ch.E.F.M. Gielen
Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 18 juni 2002, zaak nr. C-299/99, ECLI:EU:C:2002:377 (Philips/Remington) Verhouding tussen artikel 3(1)(a) Merkenrichtlijn enerzijds – tekens die geen merk kunnen vormen – en artikel 3(1)(b)-(d) anderzijds – merken die geen onderscheidend vermogen hebben en uitgesloten vormmerken. Merken die bestaan uit de vorm van producten zijn uitgesloten, wanneer de vorm noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen, hetgeen het geval is wanneer wordt aangetoond dat de wezenlijke functionele kenmerken van die vorm uitsluitend aan de technische uitkomst zijn toe te schrijven. Het doet er hiervoor niet toe dat er andere vormen bestaan waarmee een zelfde technische uitkomst kan worden verkregen.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2003AA20030043
W.C.L. van der Grinten
Hoge Raad 29 september 1961, ECLI:NL:HR:1961:77, NJ 1962/14 m.nt. Prof. Mr. J.H. Beekhuis (Picus/Smallingerland) Levering door constitutum possessorium door iemand die geleverde goederen houdt voor een derde.
januari 1962AA19620104