Resultaat 265–276 van de 280 resultaten wordt getoond
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 9 december 2005, nr. 41117, ECLI:NL:HR:2005:AU7728, LJN: AU7728 Een vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst die op een onderdeel in strijd is met de wet, is slechts nietig indien de overeenkomst zozeer in strijd is met hetgeen de wet – over het geheel bezien – ter zake bepaalt, dat partijen niet op nakoming daarvan mochten rekenen.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2006AA20060825
Hoge Raad 17 april 1991, nr. 26.866, ECLI:NL:HR:1991:ZC4556, BNB 1991/180 Uitspraak van de Hoge Raad op het gebied van het belastingrecht, meer in het bijzonder de aanmerkelijk belang regeling. De Hoge Raad oordeelt daaromtrent i.c.: 'Het realiseren van een verlies uit aanmerkelijk belang in een failliete BV door verkoop daarvan voor ƒ 1,- aan een minderjarige zoon is niet in strijd met doel en strekking der wet'.
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 1991AA19911015
Hoge Raad 25 november 1992, nr. 27.519, ECLI:NL:HR:1991:ZC4712, BNB 1993/41 Uitspraak van de Hoge Raad met bijbehorende noot over winstuitdeling. De Hoge Raad formuleert de volgende rechtsregel: Indien een BV zich op niet-zakelijke gronden winst laat ontgaan ten behoeve van een buitenlands lichaam waarvan de zoon van de groot-aandeelhouder van de BV middellijk aandeelhouder is, dient de winst van de BV te worden verhoogd met de winst die zij zich aldus heeft laten ontgaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 1993AA19930471
S.B. Cornielje
Ondernemers krijgen de btw op hun kosten terug. Om te voorkomen dat dit recht leidt tot voordelig inkopen ‘op de zaak’ om in privé te gebruiken, kennen de btw-regels een correctiemechisme om ook btw te heffen als zakelijke aankopen in privé worden geconsumeerd. Deze bijdrage gaat in op de meest recente Europese rechtspraak waaruit lijkt te volgen dat dit mechanisme sterk is uitgehold voor de situaties waar het voor is bedoeld en op andere plekken juist tot onnodige belastingheffing leidt.
Rode draad | Dissenting opinionsnovember 2024AA20240956
Hoge Raad 28 juni 1995, nr. 30281, ECLI:NL:HR:1995:AA1617 In deze zaak staat het vestigen van een vruchtgebruik en de fiscale aspecten daarbij centraal. De Hoge Raad formuleert de volgende rechtsregel: 'De vestiging van een recht van vruchtgebruik ten behoeve van een rechtspersoon voor de maximale termijn ligt voor een particulier in de onbelaste vermogenssfeer.' In de noot wordt dieper op deze materie ingegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1995AA19950955
L.A.G.M. van der Geld
Aan de hand van het onconventionele huishouden van Pippi Langkous legt Lucienne van der Geld in deze column uit dat de erfbelasting bij de tijd moet worden gebracht. Ze stelt een forfait voor.
Opinie | Columnfebruari 2022AA20220110
Hoge Raad 13 november 1991, nr. 27.563, ECLI:NL:HR:1991:ZC4783 Uitspraak van de Hoge Raad en bijbehorende noot waarbij het dynamische begrip 'goed koopmansgebruik' bij de koop van obligaties boven pari waarbij de overwaarde ten opzichte van de nominale waarde direct ten laste van de winst wordt geboekt. De Hoge Raad komt terug van haar eerdere jurisprudentie en geeft een overgangsregeling. In de noot wordt hier dieper op ingegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemei 1992AA19920272
Hoge Raad 9 maart 1994, nr. 29 010, ECLI:NL:HR:1994:ZC5615, BNB 1994/178 met noot G. Slot, FED 1994/308 met aantekening D.J. van Dommelen Deze belastingrecht zaak betreft het volgende: Inbreng van een studiepakket in een onderneming. Hierbij wordt vervolgens de volgen de rechtsregel gemaakt door de Hoge Raad: 'De waarde waarvoor het pakket in de ondernemingsbalans kan worden opgenomen, is beperkt tot het bedrag van de kosten dat nog niet ten laste van het inkomen is gebracht.'
Annotaties en wetgeving | Annotatieoktober 1995AA19950801
G.T.K. Meussen
In deze rechtvraag worden vragen gesteld over het belastingrecht; in het bijzonder het venootschapsrecht.
Perspectief | Rechtsvraagjanuari 2005AA20050054
Beantwoording van een rechtsvraag over het belastingrecht, meer specifiek de vennootschapsbelasting en de aftrekbaarheid van bepaalde posten.
Perspectief | Rechtsvraagmei 2005AA20050410
E. Poelmann
De met ingang van 2023 in werking getreden Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten heeft tot doel een liquiditeitsknelpunt voor werknemers weg te nemen en zo de positie van start-ups en scale-ups op de internationale arbeidsmarkt te verbeteren. Dit gebeurt door voor de belastingheffing in beginsel aan te sluiten bij de verhandelbaarheid van de verkregen aandelen. Er kan overigens worden gekozen voor een eerder of later tijdstip. Verder compliceert dat het begrip verhandelbaarheid niet aansluit op het begrippenkader van het internationale belastingrecht, met name het OESO-modelverdrag en de bilaterale belastingverdragen. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze kwesties.
Verdieping | Verdiepend artikelmaart 2024AA20240223
B. van Rijsbergen
Op 13 maart 1989 heeft de regering de Tweede Kamer een wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verband met de herziening van het stelsel van administratieve boeten en de bevoegdheid tot navordering ingediend. De kritiek op het ingediende voorstel is groot. Door velen wordt het voorstel strijdig geacht met elementaire regels van het strafrecht en de rechtsbeginselen die in een rechtsstaat behoren te gelden. Naar de mening van de auteur is het wetsvoorstel een typerend voorbeeld van recente fiscale wetgeving waarmede eenzijdig het belang van de fiscus wordt gediend. In dit artikel wordt een aantal elementen van het wetsvoorstel 21058 behandeld. Gekeken wordt of de nieuwe opzet van het fiscale boetestelsel overeenstemt met de rechtsontwikkeling die de laatste jaren op dit terrein heeft plaatsgevonden.
Verdieping | Studentartikelfebruari 1990AA19900073