rechtszekerheid

Resultaat 49–60 van de 61 resultaten wordt getoond

Rechtszekerheid

A.F.M. Brenninkmeijer

In dit essay verken ik mede aan de hand van mijn ervaringen als Nationale ombudsman de betekenis van de rechtszekerheid in onze rechtsorde. Rechts(on)zekerheid kan mensen sterk raken. Onze rechtsorde biedt met wetten, redelijk betrouwbare uitvoering en een eerlijk proces in beginsel rechtszekerheid. Die rechtszekerheid kan echter lang op zich laten wachten. Dat is onwenselijk. Zijn er methoden om eerder rechtszekerheid te verkrijgen? Vertrouwen speelt daarbij een belangrijke rol. Partijen om de tafel krijgen blijkt een goede methode om vertrouwen te scheppen en daardoor de rechtszekerheid te bevorderen.

Perspectief | Perspectiefartikel
november 2012
AA20120879

Spontane vernietiging van bouwvergunningen

F.C.M.A. Michiels

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 20 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF0834, nrs. 200106021/1 en 200201516/1, AB 2003, 1 en 2 m.nt. dG. Spontane vernietiging bouwvergunning, verlening bouwvergunning in strijd met de wet; toetsing aan criteria voor hanteren vernietigingsbevoegdheid; wetenschap bij bouwer van onrechtmatige vergunningverlening.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2003
AA20030196

Terughoudend gebruik van vereenzelviging: dermate ernstig misbruik van recht als uitzonderlijke omstandigheid?

K. van Leusden

Studente Kirsten van Leusden schreef deze annotatie bij rechtbank Noord-Nederland 24 juli 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:3323, over vereenzelviging.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2021
AA20210353

Toegang tot de rechter in het sociale verzekeringsrecht

J. Riphagen

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 3 april 1990, (Cras, Hugenholtz, Spaas) Deze uitspraak van de CRvB laat duidelijk zien dat artikel 6 EVRM ook betekenis heeft voor het sociaal verzekeringsrecht. Het administratieve rechtsverkeer tussen uitvoeringsorganen en verzekerden valt als zodanig echter niet direct onder art. 6 EVRM. Wel volgt uit artikel 6 dat een uitvoeringsorgaan de gang tot de rechter niet duidelijk mag beperken of belemmeren.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1990
AA19900851

Van de rechter naar de praktijk en de wetgever en weer terug

De wisselwerking rondom de redelijkheid en billijkheid in het relatievermogens- en erfrecht

L.A.G.M. van der Geld, F.W.J.M. Schols

Post thumbnail De redelijkheid en billijkheid duiken in het relatievermogensrecht en erfrecht op verschillende plekken op. Deze bijdrage laat aan de hand van voorbeelden zien hoe rechters ermee corrigeren en aanvullen, en hoe de rechtspraktijk en de wetgever daar vervolgens op reageren en hoe die reacties weer nieuwe vragen voor de rechter oproepen.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2026
AA20260801

Van marginale rechterlijke toetsing naar toetsing op maat: einde van een geconditioneerde respons?

R. Ortlep, W.S. Zorg

Post thumbnail

Bij beleids- of beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan is doorgaans de geconditioneerde respons dat de bestuursrechter marginaal toetst. De doctrine lijkt zich evenwel steeds meer te ontwikkelen richting een toetsing op maat. Besproken wordt of van een dergelijke ontwikkeling sprake is en, zo ja, of zij van algemene aard is.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2018
AA20180020

Van Munster: een opmerkelijke uitspraak van het EG-hof inzake het vrij verkeer van werknemers met potentieel verstrekkende implicaties

T. Heukels

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 5 oktober 1994, zaak C-165/91, ECLI:EU:C:1994:359 (Simon J. M. van Munster/Rijksdienst voor Pensioenen) In dit arrest van het HvJ EG komt de Europese dimensie rondom de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen bij het toekennen van sociale zekerheidsrechten in de verschillende Lid-staten aan de orde.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1995
AA19950296

Vergeet de Bijenkorf niet!

S.F. Sagel

Over de vraag of een bagateldelict, een ‘beetje stelen’, een dringende reden voor ontslag vormt, is veel geprocedeerd en werd in de rechtspraak lang verschillend gedacht. Rechtsonzekerheid was het gevolg. In een uitspraak uit 2012 heeft de Hoge Raad een duidelijk en streng signaal gegeven hoe tegen die problematiek moet worden aangekeken. De lagere rechtspraak heeft zich daar een aantal jaren naar gedragen, maar recent lijkt er weer een kentering gaande te zijn en treden er scheurtjes op in de muur van rechtszekerheid die de Hoge Raad optrok. De auteur bepleit dat de feitenrechter terughoudend moet zijn met het aannemen van uitzonderingen op de in 2012 geformuleerde jurisprudentiële regel.

Blauwe pagina's | Spraakmakende Zaken
december 2021
AA20211060

Wat rechtvaardigheid en fast food met elkaar gemeen hebben

J.G.H. Altena-Davidsen, F.S. Bakker

Regels zorgen in de meeste zaken voor voorspelbaarheid, gelijkheid en gerechtigheid tegen een lage prijs. Maar ze produceren door hun algemene karakter onvermijdelijk ook onrechtvaardige uitkomsten in uitzonderingsgevallen. De rechter kiest er soms voor om de wet opzij te zetten, teneinde tot een resultaat te komen dat hij verdedigbaar acht in het individuele geval. Het is echter maar de vraag of de rechtvaardigheid daarmee wel echt gediend is.

Opinie | Redactioneel
juni 2013
AA20130425

Werk aan de winkel

M.V. Polak

Er is werk aan de winkel voor onze nieuwe columnist Martijn Polak, en ook voor de Hoge Raad waar hij in zetelt, in het bijzonder op het gebied van het arbeidsrecht.

Opinie | Column
januari 2019
AA20190043

Wiskundig model voor meer rechtszekerheid

Een promotieonderzoek naar de werkingssfeer van bedrijfstak(cao- en pensioen) regelingen

M.J.H. Halsema

Het antwoord op de vraag of een werkgever en diens werknemers onder de werkingssfeer van bedrijfstak-cao’s en/of -pensioenregelingen vallen, raakt honderdduizenden werkgevers en miljoenen werknemers in Nederland.  Rechtsonzekerheid over de uitleg van zogenoemde werkingssfeerbepalingen in deze regelingen leidt tot langdurige gerechtelijke procedures en aanzienlijke financiële risico’s. Het promotieonderzoek van Mathieu Halsema heeft geresulteerd in een model waarmee de toepasselijke werkingssfeer van bedrijfstakregelingen op een eenduidige wijze kan worden beoordeeld en vastgesteld. Het model kan niet alleen rechters ondersteunen bij hun uitleg, maar ook partijen zoals werkgevers, werknemersverenigingen, bedrijfstakpensioenfondsen, advocaten en adviseurs die in de dagelijkse praktijk met deze vraagstukken te maken hebben.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
mei 2026
AA20260427

Zaken die bij de echtelijke woning behoren in de zin van artikel 1:88 BW

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 4 juni 2004, nr. C02/327HR, ECLI:NL:HR:2004:AO6013, JOL 2004, 302, RvdW 2004, 81 (Westerhof/Van den Brandhof) Dit arrest gaat in op de vraag welke zaken allemaal onder de bescherming van art 1:88 BW vallen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2004
AA20040631

Resultaat 49–60 van de 61 resultaten wordt getoond