groepsbelediging

Democratie, groepsbelediging en haatzaaien

A.J. Nieuwenhuis

Post thumbnail

In de onderstaande bijdrage wordt het verbod op groepsbelediging en haatzaaien (art. 137 c t/m e Sr) besproken in het licht van de verhouding tussen vrijheid van meningsuiting en democratie. Daarbij zal in het bijzonder worden ingegaan op het verschil tussen de Amerikaanse en Europese benadering. De in Nederland bestaande onenigheid over de wenselijkheid en de interpretatie van de genoemde bepalingen kan zo tot op zekere hoogte worden begrepen. De bijdrage raakt daarmee aan de zaak Wilders II, maar gaat daar niet expliciet op in.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2016
AA20160821

Groepsbelediging in context

J.M. ten Voorde

Hoge Raad 5 november 2019, nr. 17/03378, ECLI:NL:HR:2019:1702

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2020
AA20200187

Na de zaak Wilders. Is nu de wetgever aan zet?

A.J. Nieuwenhuis

In dit artikel bespreekt Aernout Nieuwenhuis, aan de hand van de zaak waarbij Geert Wilders werd vrijgesproken van groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie en haat, de artikelen 137 c en d Sr. Deze multi-interpretabele bepalingen moeten volgens hem worden geëvalueerd en eventueel aangepast.

Opinie | Opiniërend artikel
december 2011
AA20110866

Ontkenning, bagatellisering en vergoelijking van internationale misdrijven in het Wetboek van Strafrecht

Een analyse van de complexe nieuwe ‘memory law’ in artikel 137c lid 2

M. van Noorloos

Post thumbnail In 2024 is aan artikel 137c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht een verbod toegevoegd op het ontkennen, vergoelijken of verregaand bagatelliseren van grootschalige internationale misdrijven, als bijzondere vorm van groepsbelediging. Dit artikel geeft een beschouwing van een aantal delicate vragen waar de rechtspraktijk voor kan komen te staan bij de interpretatie van deze ‘memory law’.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2026
AA20260177