Maandbladartikel

Resultaat 913–924 van de 7503 resultaten wordt getoond

Billijke bestuurders en correcte commissarissen in de start‑upcontext

T.A. Keijzer, M.J.P. de Zwart

Post thumbnail Ius est ars boni et aequi. Deze kunst van het billijke vraagt om belangenafwegingen, ook in het ondernemingsrecht. Daarbinnen zijn bestuurders en commissarissen belangrijke actoren; zij organiseren en controleren de activiteiten van de vennootschap. Daarvoor zijn zij alleen in privé aansprakelijk als hen een (persoonlijk) ernstig verwijt treft. Verschillende wetenschappelijke disciplines bieden belangrijke legitimeringen voor die benadering. Specifiek ten aanzien van start-ups geldt dat bestuurders zich in een dynamische context bevinden waar vaak substan­tiële risico’s worden genomen. Uit jurisprudentieonderzoek blijkt echter dat deze start-upcontext (nog) niet altijd (voldoende) wordt meegenomen. Voor een goede balans mag het aansprakelijkheidskader van commissarissen bovendien niet strenger zijn dan dat van bestuurders.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2026
AA20260826

Billijkheid in het staatsrecht: een rela­tionele benadering met het oog op billijke wetgeving

A.E.M. Leijten

Post thumbnail Een manier om ‘billijkheid’ in het staatsrecht aan te vliegen is over de band van de rela­tionele aspecten en (terughoudende) rol van de rechter die onderdeel zijn van ‘de redelijkheid en billijkheid’ in het civiele recht. Zodoende verschuift deze bijdrage de blik van grondrechtentoetsing naar de wetgever, die door goede vertegenwoordiging en afweging van (partij)belangen voor die billijkheid zorg moet dragen.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2026
AA20260875

Billijkheid in het strafrecht: van Aristoteles tot de taakstrafverboden

Y. Buruma

Post thumbnail Wat is een juist strafrechtelijk oordeel? Is het vooral een ‘goede’ redenering die wordt afgeleid uit wat er in de wetgeving is voorgeschreven, of verkiezen we een ‘billijke’ afweging van de argumenten die partijen naar aanleiding van de omstandigheden van het geval en de persoon van de dader naar voren brachten? In het navolgende gaat het om de vraag hoe die beide benaderingen zich tot elkaar verhouden.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2026
AA20260849

Bindend advies

G.R. Rutgers

Hoge Raad 20 mei 2005, nr. C04/135HR, ECLI:NL:HR:2005:AS5890, RvdW 2005, 76 (De Gemeente Amsterdam, eiseres tot cassatie/W.J. Honnebier te Amsterdam) In hoeverre dienen bindend adviseurs hun advies te motiveren?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2005
AA20051042

Binnenlands openbaar personenvervoer

Chr.P. Verwer

In dit artikel worden de juridische aspecten van het openbaar vervoer besproken. Aan bod komen onder andere de omschrijving van openbaar vervoer, nationale en internationale regelingen die van toepassing zijn. Ook wordt er besproken hoe een overeenkomst van binnenlands openbaar vervoer tot stand komt op basis van welke overeenkomst het meeste gereisd wordt. Ook de OV-studentenkaart komt aan bod. Tenslotte wordt er ingegaan op de aansprakelijkheid van de vervoerder.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930388

Binnentredings-vonnis

C.A.J.M. Kortmann

Rechtbank Assen 16 augustus 1983, ECLI:NL:RBASS:1983:AC8077 Artikel 12 Grondwet, de rechtstreekse werking van grondrechten en het grondwettelijk overgangsrecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 1984
AA19840324

Biologisch vader of verwekker?

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 26 juni 2009, nr. 07/13656, ECLI:NL:HR:2009:BH2250, LJN: BH2250 (Bewijslast bij vaderschapsactie) Uitspraak van de Hoge Raad en bijbehorende noot waarbij in geschil was wie de vader van een kind was. In cassatie komen met de naam de procesrechtelijke en bewijsrechtelijke kanten van de zaak aan de orde. In de noot wordt dieper ingegaan op de verschillen tussen biologisch vader en verwekker, de vervangende toestemming van erkenning, de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en de alimentaire vaststelling.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2009
AA20090561

Biosecurity in tijden van vogelgriep

J. Somsen

Post thumbnail Rechtbank Noord-Holland 20 september 2013, nr. HAA 13/792, ECLI:NL:RBNHO:2013:8527 Onderzoek van de viroloog Ron Fouchier mocht niet worden gepubliceerd zonder vergunning. Die vergunningplicht vloeit voort uit Verordening (EG) 428/2009 en de mogelijke militaire of terroristische toepassing van het door Fouchier gemaakte vogelgriepvirus. Deze bijdrage analyseert de tweeërlei gebruik problematiek, het toepasselijke juridische regime en de zaak Fouchier.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2014
AA20140417

Biotechnologie: een monopolie voor de grote industrieën?

C. Joustra, C. Tiel

De Europese Commissie heeft onlangs een voorstel voor een richtlijn ingediend die octrooi mogelijk maakt op een vinding die wellicht het wereldvoedselprobleem kan oplossen. De richtlijn gaat nog veel verder: ook op levende wezens kan octrooirecht rusten. Dit houdt in dat de uitvinder de bevoegdheid heeft met uitsluiting van anderen de uitvinding te gebruiken en ten nutte te maken. De redactie geeft haar mening over deze richtlijn. Het zijn met name ethische bezwaren die de Commissie volgens de redactie over het hoofd heeft gezien.

Opinie | Redactioneel
december 1988
AA19880820

Birth rights and wrongs

Nieuwe vormen van schade door de technologisering van voortplanting

L. ten Haaf

Post thumbnail In deze amuse illustreert Lisette ten Haaf hoe het recht worstelt om de steeds complexer wordende realiteit van voortplanting in te passen in bestaande juridische begrippen.

Opinie | Amuse
november 2023
AA20230822

Bismarck als Benchmark

Enkele rechtseconomische beschouwingen over publieke sector en sociale zekerheid in Nederland

L.J.C.M. Le Blanc

In dit artikel wordt de ontwikkeling van de rechtseconomie beschreven door in te gaan op de wijze waarop de publieke sector rechtseconomisch wordt bestudeerd. Waar dit voorheen voor het grootste gedeelte op macro-economische schaal ging, gebeurt dit thans op meer micro-economisch niveau waarbij m.n. de sociale zekerheid besproken wordt.

Bijzonder nummer | Rechtseconomie
oktober 1990
AA19900654

Bitcoins en btw: het HvJ gaat met de tijd mee

T. Braakman

Post thumbnail

Het gebruik van bitcoins als betaalmiddel roept voor de heffing van de omzetbelasting, beter bekend als de btw, vele vragen op. Met name is de vraag of bitcoins voor de toepassing van de btw-vrijstellingen voor geldtransacties en betalingsverkeer gelijkgesteld kunnen worden met ‘gewoon’ geld. Die kwestie kwam aan de orde bij het inwisselen van bitcoins tegen een andere valuta.

Opinie | Opiniërend artikel
mei 2016
AA20160348

Resultaat 913–924 van de 7503 resultaten wordt getoond