Deze maand
In 2024 is aan artikel 137c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht een verbod toegevoegd op het ontkennen, vergoelijken of verregaand bagatelliseren van grootschalige internationale misdrijven, als bijzondere vorm van groepsbelediging. Marloes van Noorloos geeft in het maartnummer een beschouwing van een aantal delicate vragen waar de rechtspraktijk voor kan komen te staan bij de interpretatie van deze ‘memory law’.
Wat doen we met AI in het onderwijs? Machteld Geuskens, Anne de Hingh & Gerben Wierda bepleiten restrictieve regels ten aanzien van GenAI-gebruik voor het schrijven van teksten, zoals de scriptie.
We willen allemaal snel een eigen huis en een plek onder zon maar bezwaar- en beroepsprocedures lijken de woningbouw te belemmeren en dus klinkt ook regelmatig de roep om het omgevingsrecht te wijzigen. Ralph Frins concludeert echter dat enkele wijzigingsvoorstellen onhaalbaar en zeer onwenselijk zijn en presenteert een ‘tussenoplossing’.
Niels Jansen hekelt de schone schijn van de Regeling dienstverlening aan huis en Kati Cseres analyseert mediaconcentraties in een sterk veranderd medialandschap en hun economische en democratische gevolgen voor markt en samenleving.
Tot slot een veelgehoorde vraag: lijdt Nederland aan rechtsstatelijk verval? Rechtsstatelijk verval laat zich niet zo makkelijk vaststellen en Jorieke Manenschijn constateert dat de rechtsstaat te snel in stelling wordt gebracht. Het idee van een rechtsstatelijke ondergrens kan dit mogelijk voorkomen.
Dat en nog veel meer lees je in het Ars Aequi maartnummer.
Nieuwsbrief
Schrijf je in:





Deze amuse gaat over de vraag wat de rechtenopleiding zo aantrekkelijk maakt voor veel verschillende werkgevers en dat het antwoord gevonden kan worden in analytische en argumentatievaardigheden die studenten op basis van de casuïstiek opdoen.
Publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift is vaak de laatste stap in het doen van onderzoek, maar hier bereik je journalisten en beleidsmakers vaak niet direct mee. Om impact te maken is er meer nodig: vertaal je onderzoek naar een begrijpelijke boodschap, bouw je eigen publiek op en creëer zichtbaarheid.
In 2024 is aan artikel 137c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht een verbod toegevoegd op het ontkennen, vergoelijken of verregaand bagatelliseren van grootschalige internationale misdrijven, als bijzondere vorm van groepsbelediging. Dit artikel geeft een beschouwing van een aantal delicate vragen waar de rechtspraktijk voor kan komen te staan bij de interpretatie van deze ‘memory law’.
De vraag of Nederland lijdt aan rechtsstatelijk verval wordt steeds vaker opgeworpen. Rechtsstatelijk verval laat zich echter niet zo makkelijk vaststellen. Dit komt, deels, doordat de huidige ‘meetlatten’ geen onderscheid maken tussen rechtsstatelijke achteruitgang en rechtsstatelijke ondermijning. Hierdoor ontstaat het risico dat de rechtsstaat te snel in stelling wordt gebracht. Het idee van een rechtsstatelijke ondergrens kan dit mogelijk voorkomen.
De Regeling dienstverlening aan huis ontlast huishoudens, maar dat gaat wel ten koste van de arbeids- en socialezekerheidsrechtelijke bescherming van ruim vierhonderdduizend voornamelijk vrouwelijke huishoudelijk werkers. Onderzoek, literatuur en rechtspraak wijzen op het discriminerende karakter van de regeling en het gebrek aan een objectieve rechtvaardiging daarvan. Terwijl wetgeving slechts beperkt wordt aangepast, blijft een grote groep werkenden wachten op erkenning en volwaardige bescherming binnen het sociaal recht.
Deze bijdrage analyseert mediaconcentraties in een sterk veranderd medialandschap en hun economische en democratische gevolgen voor markt en samenleving. Zij onderzoekt hoe mediaconcentraties leiden tot een concentratie van economische en opiniemacht, welke fundamentele waarden daardoor worden geraakt, en hoe de wisselwerking tussen mediapluriformiteit, democratie en mededinging moet worden begrepen om effectief toezicht mogelijk te maken. Aan de hand van de overname van RTL door DPG Media bespreekt het artikel de rol van het mededingingsrecht en de relevante Nederlandse toetsingskaders voor mediaconcentraties, mede in het licht van de implementatie van de Europese verordening mediavrijheid (EMFA).
De laatste tijd klinkt het vaak dat de bouw van woningen ernstig wordt belemmerd door bezwaar- en beroepsprocedures. Daardoor klinkt ook regelmatig de roep om het omgevingsrecht te wijzigen, zodat dergelijke procedures worden ontmoedigd én sneller kunnen worden afgerond. In deze bijdrage worden twee trajecten die daarop betrekking hebben geanalyseerd. Uit deze analyse volgt dat enkele wijzigingsvoorstellen onhaalbaar en zeer onwenselijk zijn. Vandaar dat aan het eind een ‘tussenoplossing’ wordt gepresenteerd.
Ars Aequi bestaat in 2026 75 jaar. Dit is een heuglijke en feestelijke mijlpaal. Het is dan ook een mooi initiatief van de redactie om aan het getal 75 in de vorm van een rode draad aandacht te besteden. Zoals op veel plaatsen in het recht, geldt ook hier een flexibele toepassing. Alle varianten op het getal 75 worden meegenomen. Madeleine van Rossum heeft de uitnodiging van de redactie aanvaard om in dit kader een bijdrage te schrijven over artikel 7:5 BW ten aanzien van de consumentenkoop.
Ruim drie jaar na de lancering van ChatGPT worstelen Nederlandse rechtenfaculteiten nog altijd met de vraag hoe om te gaan met grote taalmodellen. Eenduidige regels komen maar moeizaam van de grond, wat voor studenten onzekerheid meebrengt. Wij menen dat een breed beraad over het gebruik van generatieve AI (GenAI) in het rechtenonderwijs met álle betrokkenen (dus ook de studenten zelf) soelaas kan bieden. Vooruitlopend daarop bepleiten wij restrictieve regels ten aanzien van GenAI-gebruik voor het schrijven van teksten, zoals de scriptie. Een uitstekende schrijfvaardigheid en een kritische houding zijn immers cruciale eigenschappen voor juristen.